Thumbnail
NL / FR / EN

 

GESCHIEDENIS

1955 - 2005

Vijftig jaar geleden verdween ons Bataljon wiens dienststaten het Belgische Leger, en dus België zelf, de bewondering en het aanzien verschaften van alle aanwezige naties in het Land van de Stille Morgen. Maar alvorens deze ultieme fase uit de geschiedenis van het BUNC aan te vatten, is het noodzakelijk en gegrond aan te halen wat er gebeurde tussen de wapenstilstand en de onvermijdelijke herfst van 1955. Dit onderwerp werd praktisch nooit behandeld terwijl er meer dan duizend Vrijwilligers betrokken waren door deze periode. Uitsluitend Generaal Crahay, dankzij de pen van Kolonel Pirlot, heeft dit onderwerp summier besproken in het zesde en laatste deel van zijn boek “De Belgen in Korea”.

De hierna volgende tekst baseert zich tegelijkertijd op deze magere bron, op enkele inlichtingen afkomstig uit de Dienst Archieven van de Veiligheidsdivisie, en op het geheugen van uw dienaar.

---------------------------

Op 12 juli 1953 overhandigt Luitenant - Kolonel Gathy het bevel van het bataljon aan Luitenant – Kolonel Bodart en twee weken later, op 27 juli 1953, worden de besprekingen aangaande de wapenstilstand, die twee jaar eerder op 10 juli 1951 startten, eindelijk omgevormd tot een staakt-het-vuren. Een “gedemilitariseerde zone” met een breedte van 2 km langs beide zijden van de kontact lijn, wordt door de oorlogvoerenden ontruimd. De zuidelijke grens van deze zone krijgt de naam van “No Pass Line”. Vanaf 28 juli wordt deze lijn bezet door een Cie per Bataljon. Voor het BUNC, dat deel uitmaakt van het 7e US Regiment, betekent dit dat de B Cie voor deze opdracht wordt aangeduid. De rest van het Bataljon is op bivak. Vanaf 07 augustus, wordt de 3e US Divisie, waarvan wij deel uitmaken, in reserve van het Korps geplaatst. Het Bataljon installeert zich te Pango Ri, op 25 km van de demarcatielijn en zal er verblijven tot 01 mei 1954.

Alvorens verder te gaan, citeer ik twee uittreksels uit het memorandum van US Luitenant – Generaal Jenkins, Bevelhebber van het 9e US Korps, overgemaakt aan alle eenheden onder zijn bevel.

Dit document, dat de betekenis van de ondertekening van een wapenstilstand voor de Verenigde Naties uitlegde, moest aan de troepen worden voorgelezen door de commandanten van compagnies of soortgelijke eenheden. De betrokken uittreksels weerspiegelen de gemoedstoestand die het bevelhebberschap en de vrijwilligers van het BUNC bezielde tot aan de laatste dagen van aanwezigheid op de Koreaanse bodem.

“3.b) Er is geen vrede. Dit is slechts een wapenstilstand, die om het even wanneer door de vijand kan geschonden worden. De troepen worden teruggetrokken op een wachtpositie en moeten alert blijven in geval van een land - of luchtaanval. Het enige verschil met de huidige situatie is een verandering in de positie en de gestaakte militaire actie.

“3.d) De periode die volgt is even belangrijk als het gevecht en de waakzaamheid mag niet verminderen. Wij staan nog steeds, op korte afstand, tegenover dezelfde vijand en moeten klaar staan om te anticiperen op al zijn verplaatsingen.”

Het leven in Pango Ri van 07 augustus 1953 tot 01 mei 1954

Voor de gasten die Chatkol hadden gekend, was de overgang van een oorlogstoestand naar een schijnbare vredestijd niet altijd gemakkelijk. Ze moesten weer wennen aan een striktere discipline en totaal verschillende levensregels, die soms veel te streng werden toegepast. Een voorbeeld onder duizenden : de bruine muts, dit symbool, werd niet gedoogd gedurende de oefeningen en moest worden vervangen door de helm. (Ik herinner mij het geval van een hoog gegradeerde die zich verstopte langsheen de omloop van een mars en opdook om de overtreders te straffen met arrestdagen). Ze moesten eveneens aanvaarden dat de chefs die hen tijdens de gevechten hadden geleid, werden vervangen door officieren die nog niet ten strijde waren getrokken. Deze spanning duurde verscheidene maanden en dan, enerzijds wegens het vertrek van de hevigste protagonisten die het einde van hun diensttijd haalden en anderzijds dankzij de psychologie van de enen en de goede wil van de anderen, kwam er uiteindelijk orde in de boel, als het ware.

Er dient opgemerkt dat deze moeilijke periode de prestaties van de eenheid helemaal niet verminderde. De fierheid om de fameuze bruine muts te dragen en de wil om de verworven faam van het Bataljon waardig te zijn, zorgden dusdanig ervoor dat oefeningen en manoeuvres onder echt vuur werden uitgevoerd met uitmuntende lust en ijver, bezield door een niet minder belangrijke korpsgeest. Wetende dat de gevechten op elk ogenblik konden hervatten, gaf iedereen het beste van zichzelf om klaar te staan en zeker niet minderwaardig over te komen indien het herbegon (Het realisme van deze oefeningen veroorzaakte trouwens de afschuwelijke dood van de Sergeant Boving). Zonder te kunnen vergeleken worden met dezen tijdens de oorlog, waren de levensomstandigheden ver van aangenaam : wij hebben dezelfde winters tot -45° en dezelfde zomers tot +40° gekend, dezelfde regenseizoenen en modder, dezelfde muggen en rantsoenen C of “Five in one”.

Deze oefeningen, zowel individueel als per compagnie en per bataljon, samen met de ervaring die iedereen hieruit kon opdoen, bewezen hun nut en efficiëntie een weinig later. Tijdens tests op bataljonsniveau, onder reëel vuur met artillerie - en luchtsteun, georganiseerd in het begin van maart 1954 door de 3° Divisie, rangschikte het BUNC, onder bevel van de pas aangekomen Luitenant – Kolonel Pirlot, zich als eerste met 84% van de punten. Wij vermelden terloops dat Majoor Brichant het bevel voerde tussen het vertrek van Luitenant – Kolonel Bodart op 19 december 1953 en de aankomst van Luitenant – Kolonel Pirlot van de Ardeense Jagers op 27 februari 1954.

Van 01 mei tot 27 december 1954

Op 01 mei 1954, werd de 3e Divisie opnieuw ingezet. Het Bataljon kreeg een sector toegewezen ten westen van Chorwon. De positie overheerste de vallei van Chorwon tot Pyong-Yang, aangeduid als de belangrijkste invasieroute tussen het noorden en het zuiden. Vóór ons lagen enkele gedenkwaardige hoogten waar de onzen zich overlaadden met roem zoals Chatkol en de White Horse. Iets verder kon men de imposante Papa San waarnemen. Onafhankelijk van de bewakingsopdrachten van de gedemilitariseerde zone, bestond de voornaamste bezigheid uit de opbouw van stevige stellingen.

Tijdens de nacht van 21 op 22 juni, werd het bataljon vervangen en verhuisde het naar de achterste linies te Chorwon, op een blokkeringstelling. Training en onderricht vormden het dagelijkse lot. Op 21 juli vierden wij de nationale feestdag. De regen, en wat voor één, was natuurlijk van de partij. Een grootse parade werd georganiseerd. Zij werd voorgezeten door de Generaal Taylor, bevelhebber van het 8e Leger, die ons vereerde met de schouwing van het Bataljon. Na het werkelijk puike défilé, dat trouwens de felicitaties van onze vermaarde bezoeker verkreeg, beëindigde een Vlaamse kermis de feestelijkheden.

Nieuwe inzet op 28 juli. Wij vervingen een Grieks bataljon op een pijlvormige stelling, ten oosten van Chorwon. Wij zaten toen in het volle regenseizoen zodat de loopgraven en schuilplaatsen onderliepen. De onderhoudswerken moesten elke dag opnieuw gebeuren door de alom aanwezige modder. De hardnekkigheid overwon en zes weken later, op 15 september, konden wij een waardige stelling overhandigen aan het Koreaanse bataljon dat ons verving. Wij verlieten Chorwon om er nooit meer terug te keren.

De 3e Divisie “The Rock of the Marne” werd in reserve van het leger geplaatst ten einde de terugkeer naar de States voor te bereiden. Wij verlieten deze Divisie tot ons grote spijt en werden een deel van de 7e Divisie. Begin november vernamen wij via het “Far East Radio Network” dat België besloten had het Vrijwilligerskorps voor Korea te repatriëren.

Een weinig later werd dit bevestigd door een officiële nota waarbij ons nog werd meegedeeld dat tweehonderd manschappen in Korea zouden blijven om er een symbolische aanwezigheid en een vlaggenwacht te verzekeren.

Op 27 december scheepte het gros van het Bataljon, ongeveer vierhonderd vijftig manschappen, in aan boord van de Kamina in de haven van Pusan. De bataljonsvlag; de korpsoverste en een eredetachement groetten degenen die vertrokken. Onder de noten van het Vaderlandslied verliet het schip langzaam de kade. Op het dek, in geef acht, met spijt in het hart, zagen de soldaten hoe Het Land van de Stille Morgen zich verwijderde, om veertig dagen later, op 09 februari 1955, voet aan wal te zetten in het vaderland. Zij die achter bleven op de kade wisten dat het niet lang meer zou duren.

Twee aanvullende details:

- Betreffende het statuut van het Bataljon na de wapenstilstand: De dagelijkse orders van het Bn. verschenen na de wapenstilstand, in 1954 en 1955, die de veroordelingen uitgesproken door de Krijgsraad vermelden, verduidelijken dat deze laatste te velde handelt en het memorie van toelichting vermeldt telkens weer dat de feiten werden gepleegd in oorlogstijd. Bijvoorbeeld: “Werd slapend aangetroffen, terwijl hij op wacht stond in oorlogstijd. Feit gepleegd op…..december 1954.”

- Betreffende de ernst van de trainingen en de oefeningen: Uittreksel uit een D.O. van september 1954: Sgt Boving: Gekwetst te Chorwon op 08.09.1954 door een fosfor granaat. Overleden op 10.09.1954.;

b) Een anekdote: Weet u dat bijlage A aan de “Richtlijnen voor het personeel belast met wachtdienst” daterende van 12.08.1953, vermeldde in de “Opdrachten van de Officier met wachtdienst in het kwartier”: - Hij houdt toezicht op de maaltijden van de manschappen en de paarden.

Deze richtlijnen werden slechts op 16.09.1954 aangepast.

c) een weinig gekende afscheidsbrief van de President van de Koreaanse Republiek gericht aan Luitenant-Kolonel Pirlot. Deze zal iedereen onder ons nog fierder maken, omdat hij bij dit roemrijke Bataljon was ingelijfd.

Begin december 1954

“Geachte Kolonel Pirlot,

Tot mijn grote spijt stel ik het nakende vertrek vast van uw dappere Bataljon, na praktisch drie volledige jaren van uitmuntende diensten in Korea.

Misschien nog meer dan om het even welke eenheid van de strijdkrachten van de Verenigde Naties die de communistische aanranders hebben bevochten op de Koreaanse bodem, hebben de Belgen zich onderscheiden door zich meermaals vrijwillig aan te bieden voor gevaarlijke opdrachten. Uw voorbeeld staat als een rots in de branding, en indien andere leden van de Verenigde Naties dit zouden hebben gevolgd, zou het hebben geleid tot een volledige overwinning op de aanrandende strijdkrachten.

De Belgen startten hun training slechts tien dagen na hun aankomst in Pusan op 31 januari 1951, dienden vervolgens te Waegwan om de verbindingslijn Taegu-Kumchon te vrijwaren. In maart schoten zij in actie op de zuidelijke oever van de Han rivier, in de schoot van de 3de US Divisie.

Gedurende het offensief van maart 1951, maakten de Belgen talrijke krijgsgevangenen en onderscheidden zich door op de heuvel 155, ten oosten van Uijongbu, een communistische tegenaanval terug te slaan. In april verhuisden zij naar de 29ste Britse Brigade en namen hun stellingen in ten noorden van de Imjin rivier. Als eersten kregen de Belgen de schok te verwerken van een zware communistische aanval in april 1951. Niettegenstaande de omsingeling, hielden zij stand tot aan de ontvangst van het terugtrekkingsbevel en vochten op wonderbare wijze om succesvol de veiligheidslinie te bereiken. Het hoge moreel van de Belgen kwam tot uiting ’s anderendaags wanneer zij zich vrijwillig opgaven om de stelling terug te veroveren. De actie aan de Imjin werd vereeuwigd niet alleen met de Presidentiële Citatie van de Koreaanse Republiek maar eveneens met de Amerikaanse Eenheidscitatie.

Het Bataljon sloeg hardnekkige vijandelijke aanvallen terug op bergkam 391 in de omgeving van Chorwon, en wanneer de 3de Divisie in reserve werd geplaatst, heeft uw moedige Bataljon zich vrijwillig aangeduid om de 1ste US Cavalerie Divisie te vervoegen met het oog op nog meer actie aan het front.

De eretekens voor individuele dapperheid zijn talrijk, zoals het een Bataljon, bestaande uitsluitend uit vrijwilligers, past. Ik vernam dat een detachement, bestaande uit een versterkte compagnie fuseliers, weer samengesteld uit vrijwilligers, zal achterblijven na het vertrek van het Bataljon.

De dienststaten van het Bataljon zijn indrukwekkend. Deze driejarige aanwezigheid in Korea onderstreept het feit dat de strijd tegen het communisme niet een louter Europees of een louter Aziatisch probleem is, maar een mondiale kruistocht voor de vrijheid, die de volledige samenwerking van alle continenten vergt.

Ik wens u een goede reis en voeg hierbij mijn hartelijke wensen voor een Vrolijk Kerstmis. Tevens hoop ik voor volgend jaar op de realisatie van een gelukkigere nieuwe wereld.

Met de meeste hoogachting,

(getekend) Syngman Rhee”

1950 - 1955 – Het einde van een roemrijk epos

Het vorige artikel eindigde met de inscheping van het grootste gedeelte van het Bataljon aan boord van de Kamina. Bleven ter plaatse Kolonel Pirlot, Korpsoverste (de kleine geschiedenis vertelt dat deze laatste en Majoor Simonet, tweede in bevel, het commando hebben toegewezen door middel van een ronde met de “pitjes bak”……maar er worden zovele zaken gezegd ; trouwens het is niet geweten wie er gewonnen heeft) en een detachement van 200 manschappen, bestaande uit een afgeslankte staf, een versterkte infanteriecompagnie onder het bevel van Kapitein F. Huber en diensten onder leiding van Kapitein L. Sinte.

Wij herinneren ons dat op 15 september 1954, na een laatste opdracht in de vuurlijn, de 3de Div “Rocks of the Marne”, waarvan wij deel uitmaakten, in reserve werd geplaatst met het oog op een terugkeer naar de States. Er was dan sprake om het Bataljon onder het bevel van een Mariniersdivisie te plaatsen en ik werd aangeduid om de eerste contacten te leggen met deze grote eenheid. Zeer vlug kwam tot uiting dat de grote wil van de twee eenheden om samen te werken, weinig productief zou zijn, ten gevolge van de logistieke problemen voortspruitende uit de verscheidenheid van de uitrusting en de bewapening. Het project werd afgelast en het BUNC belandde onder het bevel van de 7de US Divisie. Na het vertrek van het Bataljon, werd het detachement gevoegd bij het 17de US Regiment.

Van 28 december 1954 tot 15 juni 1955

Aangezien het detachement operationele opdrachten behield in de schoot van het 17de Regiment, kon van de armen te kruisen geen sprake zijn. Schietsessies, tactische oefeningen, sport (voetbal, volleybal) vormden ons dagelijks lot. Af en toe ontmoetten wij een ploeg van een andere eenheid (Grieken, Britten,…) en we werden zelfs uitgenodigd om deel te nemen aan een soort mini olympische spelen, ingericht in Seoel. Aan deze activiteiten voegde zich weldra een wekelijkse mars, met de bijzonderheid dat zij week na week verlengd werd met 5 km : het was geen speedmars maar ze geschiedde tot aan een hoog tempo. Wij kwamen zo tot een wekelijkse vijftigtal kilometerslang mars die we moeiteloos eindigden.

In de loop van de maand april volgde het repatriëringsbericht. Vanaf dan was het dagelijkse lot van de laatste Mohikanen een gemengde activiteit van militair onderricht en vertrekvoorbereidingen. Hierna volgt een anekdote met een logistiek aspect:

In het kader van de opruiming, stelden zich twee enorme problemen:

- het eerste was de onmisbare verkoop van een indrukwekkende stapel bierkratten Bergenbier aangekocht in oktober 1954 aan voordelige voorwaarden met gespreide betaling. Het onverwachte vertrek van het Bataljon liet slechts toe een klein gedeelte te verbruiken en het detachement, niet tegenstaande aanhoudende inspanningen, kon ook maar een klein gedeelte vereffenen. In dit geval kwam de waarde van de bruine mutsen weer tot uiting. Ik verklaar mij nader : ten gevolge van de omstandigheden verhuisde ik van Pronto pelotonscommandant naar adjunct S4, en acteerde als handelsvertegenwoordiger bij alle bars - en kantines beheerders van de eenheden van de 7de Divisie. Elke koper van vijfentwintig kratten had recht op een bruine muts. Met uitzondering van de “oorlogsreserve”, was de stock uitgeput in enkele dagen !

- het tweede probleem rees door de Amerikaanse logistieke keten. Steunend op een enorme stapel van “Issue slips”, behoorlijk ondertekend voor ontvangst door de verscheidene opeenvolgende S4 sinds de aankomst van het BUNC in Korea, vorderde zij inderdaad een enorme hoeveelheid uitrustingen, van bestekken en eetketeltjes, over gevechtsschoenen, zomer - en winteruitrustingen, latrine- tot sectietenten, enz., enz. Wij bezaten slechts een heel klein gedeelte van dit materiaal, behalve in het geval van bewapening waar bijvoorbeeld onze stock machinegeweren ver het aantal officieel verkregen wapens overtrof (de Anciens weten waarom !). Bij gebrek aan tijd om de ontelbare processen-verbaal op te stellen die de ontbrekende “items” verrechtvaardigden, nam ik opnieuw mijn pelgrimsstaf (en mijn voorraad bruine mutsen) en trachtte mutsen te ruilen voor “Turn in slips” die de (wel te verstaan fictieve) teruggave van verscheidene uitrustingen bevestigden. Na enkele dagen stelde ik vast dat het op deze manier teruggegeven aantal slechts een druppel water in de oceaan voorstelde. Op het einde van een zoveelste bezoek zonder veel resultaat, verscheen de oplossing. Ontroerd door mijn wanhoop en nakende inzinking, sprak een brave QM onderofficier mij over de “Trash Company” in Seoel, een eenheid belast met de vernietiging van versleten en verouderde uitrustingen. Daar was het paradijs. Voor enkele bruine mutsen stelden de verantwoordelijken van deze compagnie alle documenten op die de teruggave van al het ontbrekende materiaal bevestigden. Ik moet eerlijk toegeven dat de S4 en ikzelf diezelfde avond enkele Bergenbier, uit de bewaarde reserve, vereerden.

Zodoende kon het BUNC, eveneens op logistiek gebied, Korea verlaten met verheven hoofd, zonder schulden ten laste van de Belgische Schatkist achter te laten.

Eind mei deelde het 17de Regiment ons mede dat het detachement ontheven werd van elke operationele opdracht en het overhandigde het transportbevel: per voertuig tot aan het kopstation Uijongbu / Chonkok en dan per trein gedurende de nacht van 14 op 15 juni naar Pusan. Aankomst te Pusan ten laatste op 151100 juni; inscheping aan boord van de LAOS op 151200 juni; vertrek op 152200 juni 1955. Deze timing werd in acht genomen en zodoende verlieten die nacht de laatste vertegenwoordigers van het BUNC het Land van de Stille Morgen.

Besluiten

De bovenvermelde enorme offers zijn niet tevergeefs geweest. Zuid-Korea is uit zijn ruinen opgestaan en ontwikkelde zich tot één der modernste landen van het Verre Oosten. De communistische opmars werd gestuit. Meer dan 40 jaar nadien hebben wij in Europa de val van het communistisch stelsel medegemaakt. Ook in Korea zijn er tekenen van toenadering merkbaar. Laat ons hopen dat wij, zoals onze opvolgers, een periode van blijvende verstandhouding en VREDE zullen kennen.

De Ontbinding van het Bataljon

Na zijn terugkeer naar België - juli 1955 - werd het Belgisch Vrijwilligerskorps ontbonden. Het vaandel werd overhandigd aan het
3 Bataljon Parachutisten dat de tradities voortzet. Dit bataljon is te Tielen gelegerd, in het kwartier Pierre Gally,(zie foto) provincie Antwerpen.

 Thumbnail  Thumbnail
Luitenant Pierre Gailly
Gesneuveld op het veld van eer.
Ingang van het kwartier P.Gailly.

 

Artikel over het Belgisch Bataljon dat verscheen in Korea, in een Amerikaans dagblad

 

From the journal of the 3 US Division : " Frontline "

 

Thumbnail

 

 

 

 

 

 

 

Belgian joint fight for freedom
( taken over from the front line gazette in camp Pangori Korea )

In January 1951, a group of volunteers comprising the Belgian United Nations Command landed at Pusan, Korea.
The battalion was composed of 750 Belgian men and a platoon of Luxemburg men under the command of Lt- Col Albert Crahay The brown-bereted Belgian and the Luxembourg came as a volunteer to fight in Korea. His fighting religion is " L'Union fait la Force " ( In unity there is strength)
In the months to follow the Belgian force demonstrated the ample cohesive qualities of the United Nations, by gallantry the displayed while serving under American commanders. Their audacity in combat was almost unparallel among troops in Korea.

Battle of IMJIN
The Belgian force again demonstrated its acquired reputation as seasoned combat veterans at the battle of the Imjin river; during the period 20-26 April 1951 the Battalion displayed aggressive action, inflicting more than 30 times their own number of enemy casualties. Communist forces repeatedly conducted assaults which were valiantly repulsed by the Battalion. When the fanatic assaults threatened to overwhelm them, the Belgian launched devastating bayonet counterattacks. Withering barrages of mortar fire, plus effective delaying action by the unit, allowed other friendly forces to withdraw. It was here with the Luxembourg Volunteers and the British Forces, that the heroic Battalion received a PRESIDENTIAL CITATION FROM THE UNITED STATES for his outstanding conduct in battle.

CONSTANT FIRE

The Belgian Battalion left the Commonwealth Division on 20th August. From that time until 30 September, they trained in the 3d DIVISION

 

Thumbnail Thumbnail

 

 

 

 

 

 

 

area under a Division instruction team after which they were reattached to the
15th INFANTRY
Thumbnail Later, they were attached to the 1st CAVALRY DIVISION and in the battle of
BROKEN ARROW fought with great skill and determination. Ordered to hold, the Battalion carried on a continuous enemy assault for five days and nights. On the sixth day when the fighting subsided, the position remained in Belgian hands
In June 1952, the unit again joined the 15th INFANTRY and was committed in the IRON TRIANGLE area.

CASUALITIES
During the Korean conflict, the Belgian United Nations Command suffered more than 100 men killed and missing in action. One of the six missing men returned as a prisoner of war. Six of those killed included a combat patrol executed by the Chinese at the Imjin river in April 1951
At the close of the Korean conflict, the Belgian Battalion remained on the alert. Rigorous training programs were conducted to keep the unit at a peak of combat readiness

THE EXTRAORDINARY HEROISM DISPLAYED BY THE MEMBERS OF THE BELGIAN UNITED NATIONS COMMAND THROUGH THE ENTIRE KOREAN CONFLICT REFLECTS GREAT CREDIT ON THEMSELVES AND THEIR HOMELAND