In dit hoofdstuk wordt bericht over het begin van de
oorlog en het verloop ervan tot einde december 1950. Hoe België reageerde met de vorming van een bataljon komt
ook voor in deze bladzijden.
25 juni 1950.
- De strijdkrachten
van Noord-Korea overschrijden de 38ste breedtegraad en
dringen door op het grondgebied van Zuid-Korea.
Deze datum is het begin van een periode van
ongeveer 50 dagen 'terugtocht' voor het leger van Zuid-Korea.
- Aan de grens met
Noord-Korea bevinden zich slechts vier
infanterie-divisies, ongeveer 30.000 manschappen, zonder
zware wapens. Omdat
het zondag is, is slechts 1/3 van de Zuid-Koreaanse
manschappen op post.
- Om 3.00u zijn de
eerste oorlogsgeruchten te horen : tankbewegingen en
aanvoer van artillerie.
Om 4.00u is er alarm en worden de Zuid-Koreaanse
generaals opgeroepen.
Om 5.00u wordt algemeen alarm gegeven, maar het
zal duren tot 14.00u
vooraleer alle verdedigingsposities ingenomen
zijn.
- De Veiligheidsraad
van de Verenigde Naties veroordeelt deze aanval, vraagt
om de vijandelijkheden te stoppen en eist de
terugtrekking van Noord-Korea boven de 38ste
breedtegraad.
- President H.
Truman van de Verenigde Staten beslist om militaire
bijstand te verlenen aan Zuid-Korea, in het kader van
het 'Programma van Wederzijdse bijstand en verdediging',
dat bestaat tussen de Verenigde Staten en Zuid-Korea.
27 juni 1950.
- President H.
Truman van de Verenigde Staten geeft toestemming aan de
Amerikaanse luchtmacht en marine om Zuid-Korea te
steunen. De 24ste Amerikaanse Infanteriedivisie, onder
de leiding van generaal W. Dean,
landt in Pusan op 1 juli 1950.
- De Belgische
kranten berichten :
"Noord-Koreaanse communistische troepen rukken
Zuid-Korea binnen.
Spoedvergadering van de Veiligheidsraad, waar de
Sovjet-Unie niet aanwezig is.
Amerikaanse hulp gevraagd. Luchtaanvallen op
Seoel. Zonder
Russische leiding zou deze aanval niet mogelijk geweest
zijn. Amerikaanse
strijdkrachten op weg naar Zuid-Korea., waar slechts 300
Amerikaanse adviseurs aanwezig zijn.
Zuid-Korea vraagt dringende hulp."
- Het is de eerste
keer in de geschiedenis dat één land, Noord-Korea
(later met China) geplaatst is tegenover een
internationale organisatie, die beroep kan doen op de
gewapende macht van meerdere naties.
28 juni 1950.
- Het leger van
Noord-Korea verovert Seoel en het nabijgelegen vliegveld
Kimpo; daarna zal de opmars trager verlopen wegens de
slechte staat van de wegen en de interventies van de
Amerikaanse luchtmacht.
Deze luchtmacht opereert van op Japanse basissen.
In de omgeving van Japan bevinden zich vier
vliegdekschepen en ongeveer 50 andere oorlogsbodems,
meestal torpedojagers. In Japan zelf bevinden zich 123.000 Amerikaanse militairen,
de meeste van hen zonder gevechtservaring.
29 juni 1950.
- Minister van
Buitenlandse Zaken P. Van Zeeland brengt België op de
hoogte van de situatie in Korea, via een radiotoespraak.
Hij verklaart dat België bereid is om een oproep
van de Verenigde Naties te steunen.
30 juni 1950.
- President H.
Truman geeft nu ook de toestemming om Zuid-Korea te
steunen, met 'grondtroepen'. Bovendien wordt begonnen
met een zeeblokkade van Noord-Korea.
- Groot-Brittannië
zegt de steun toe van Britse vlooteenheden.
1 juli 1950.
-
Secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Trygve Lie,
roept de westerse landen op om steun te verlenen aan de
geplande UNO-acties.
3 juli 1950.
- 35 van de 59
landen, die deel uitmaken van de Verenigde Naties,
hebben steun toegezegd aan de UNO-acties.
Op 6 juli noteert Turkije al de kandidatuur van
4000 vrijwilligers.
- De westerse wereld
kondigt een economische blokkade tegen Noord-Korea af.
- De kranten
berichten dat drie jongemannen uit de gemeente
Liedekerke een brief schreven aan generaal MacArthur om
mee te delen dat ze aan de strijd in Korea wilden
deelnemen en de Belgische overheid om toestemming zouden
vragen om in het Amerikaanse leger te dienen.
7 juli 1950.
- De Veiligheidsraad
van de Verenigde Naties besluit om een interventiemacht
naar Korea te zenden,
onder UNO-vlag. Generaal
MacArthur zal de commandant van deze strijdmacht zijn.
- Deze beslissing
van de Veiligheidsraad was mogelijk omdat a) De
Sovjet-Unie afwezig bleef bij de vergaderingen, ontstemd
over de niet-aanvaarding van communistisch China en b)
Formosa (Nu Taiwan) nog altijd werd beschouwd als de
officiële Chinese staat, zodat communistisch China niet
vertegenwoordigd was bij de verenigde Naties.
De Sovjet-Unie en communistisch China beschouwden
dan ook de Veiligheidsraad als een verlengstuk van de
Amerikaanse strevingen.
Deze Sovjet-boycot duurt van 14 januari 1950 tot
1 augustus 1950 en vormt een bijzonder belangrijke
factor i.v.m. het uitbreken van de oorlog in Korea.
- Alle landen,
behorend tot de Verenigde Naties krijgen de vraag om
steunverlening aan Zuid-Korea, onder de UNO-vlag.
Tot einde maart 1951 bieden 49 landen en 10
Internationale Organisaties hulp aan.
Hiervan wensen een aantal landen niet deel te
nemen aan de gevechten zelf, maar willen fondsen ter
beschikking stellen voor het herstel van Korea, na de
oorlog (Argentinië, Egypte, Indonesië, enz...).
Andere landen zijn bereid om medische hulp te
verlenen, zoals hospitalen, veldbedden, geneesmiddelen,
enz... ( De Scandinavische landen, Ecuador, enz...)
Guatemala wilde hout leveren; Israël bood
citrusvruchten aan en IJsland stelde 125 ton levertraan
ter beschikking. Niet
alle aanbiedingen konden worden aanvaard.
Zo bv. werd het aanbod van België om 400 ton
suiker te leveren niet aanvaard.
- Tenslotte stuurden
16 landen gevechtseenheden en 5 landen leverden medische
hulp.
9 juli 1950.
- De eerste
Amerikaanse tanks en artillerie bereiken het
strijdtoneel en vormen een materiële - en morele steun
voor het ontredderde Zuid-Koreaanse leger.
13 juli 1950.
- President Nehru
van India lanceert reeds nu een voorstel om het conflict
in Korea stop te zetten en dan ook communistisch China
(de Volksrepubliek China) toe te laten tot de Verenigde
Naties. Dit
voorstel werd nog herhaald door India, in augustus 1950;
de Sovjet-Unie had hiervoor wel belangstelling maar de
Verenigde Staten weigerden deze voorstellen te
overwegen.
20 juli 1950.
- De Belgische
kranten geven een eerste overzicht van de militaire
posities : De 1ste, 24ste en 25ste Amerikaanse divisie
strijden, met wat nog overblijft van het Zuid-Koreaanse
leger, tegen 10 tot 12 Noord-Koreaanse divisies.
Er zijn ook al manschappen onderweg van vijf
landen : Australië, Groot-Brittannië, Nieuw-Zeeland,
Siam en Turkije.
28 juli
1950.
- De Belgische
regering steunt 'symbolisch' de UNO-actie door het
aanbieden van logistieke steun : vliegtuigen, munitie,
medische hulp.
- In het kader van
de pas afgesloten Benelux-overeenkomst werd gedacht aan
het zenden van een Benelux-brigade naar Korea.
De politieke situatie in België belet de
deelname van ons land aan dit initiatief en anderzijds
wil Nederland niet lang wachten om een bataljon naar
Korea te zenden.
30 juli 1950.
- Er heerst grote
onrust in België, wegens de koningskwestie.
Tijdens woelige betogingen in Grâce-Berleur,
voelt de rijkswacht zich bedreigd en gebruikt
vuurwapens, met vijf doden als gevolg.
Koning Leopold III zal afstand doen van de troon.
- President H.
Truman kondigt in de Verenigde Staten een gedeeltelijke
mobilisatie af, overtuigd dat het om een langdurige
oorlog in Korea zal gaan.
Juli 1950.
- De Chinese leider,
Mao Zedong, overweegt de verdediging van zijn land,
ingeval van een Noord-Koreaanse nederlaag; drie
legerkorpsen van het 4de Chinese leger worden voorbereid
op de gevechten in Korea.
1 augustus 1950.
- Koning Leopold III
doet troonsafstand en zijn zoon, Boudewijn, wordt als
Koninklijke Prins staatshoofd.
4 augustus 1950.
- De Sovjet Unie
doet een voorstel opdat alle buitenlandse troepen zich
uit Korea zouden terugtrekken.
De UNO-actie wordt als een flagrante uitdaging
aan het adres van de Sovjet-Unie beschouwd, omdat het
Korea-conflict dient beschouwd te worden als een interne
en nationale aangelegenheid van Korea.
- Het UNO-leger is
teruggedrongen tot de omgeving van Pusan en bezet nog
stellingen met een straal van 100km rond Pusan..
-
Noord-Korea
aarzelt om een vernietigende aanval op de perimeter rond
Pusan te beginnen en wil eerst het veroverde gebied
beter bezetten en de aanvoerlijnen verstevigen.
9 augustus 1950.
- Een
Sabena-transportvliegtuig wordt ter beschikking gesteld
van de UNO. Gedurende
het verder verloop van de oorlog worden Belgische
vliegtuigen ingezet voor het transport van materieel van
de Verenigde Staten naar Japan en Korea.
12 augustus 1950.
- Kroonprins
Boudewijn bestijgt de troon, als 'Koninklijke Prins'.
15 augustus
1950.
- Op die datum begin
een tweede fase van de oorlog, durend tot 15 september,
gekenmerkt door defensieve acties van de
UNO-strijdkrachten, in stellingen rond Pusan. Generaal
MacArthur kan de overrompeling van de perimeter van
Pusan vermijden door het flexibel inzetten van
beweeglijke - relatief kleine - eenheden, op diverse
plaatsen.
19 augustus 1950.
- De organisatie van
het bataljon en de voorwaarden voor de deelname der
vrijwilligers worden bepaald, in een nota van het
'Algemeen Bestuur van het Personeel van het Belgisch
Leger', alhoewel op dat ogenblik het vrijwilligerskorps
nog niet bestaat.
23 augustus 1950.
- De regering krijgt
de specifieke vraag van de Verenigde Staten om een
vrijwilligerskorps naar Korea te zenden.
De officiële oprichting van dit korps, onder de
vorm van een bataljon, gebeurt op 27 augustus, nadat op
26 augustus 1950 de regering besliste om deel te nemen
aan de UNO-strijdmacht.
- De regering wenst
geen te grote aanwezigheid van beroepsmilitairen en
opteert voor het statuut van vrijwilligers.
Bovendien stelde zich de vraag of
beroepsmilitairen wel konden verplicht worden om deel te
nemen aan de gevechten in Korea.
Dit noodzaakt echter om een vrij lange opleiding
te voorzien voor de vrijwilligers, afkomstig uit diverse
eenheden en het burgerleven, in plaats van beroep te
kunnen doen op bv. een goed geoefende actieve eenheid,
zoals bv. de paracommando’s.
29 augustus 1950.
- In alle Belgische
kranten verschijnt een oproep :
" Een vrijwilligerskorps voor Korea.
Oproep van het Ministerie van Landsverdediging.
Vooral commando's en valschermspringers
gevraagd."
----------------------------------------------------------------------------------------------------
"Het Leger vormt thans een vrijwilligerskorps voor Korea.
Reserve
officieren met verlof zonder soldij en lagere militairen
(onderofficieren, korporaals en soldaten) met onbepaald
verlof, die tot dit korps verlangen toe te treden,
dienen hun aanvraag terstond te richten tot het
Ministerie van Landsverdediging, Directie Lager
Personeel, Prins Boudewijn
kazerne, Dailly
plaats, Brussel".
- Verder wordt
gevraagd : opgave van identiteit, militieklasse, opgave
welke functie in het leger werd uitgeoefend, enz... De
passende voorwaarden zullen worden meegedeeld aan de
kandidaten.
- Deze oproep werd
ook gericht aan de militairen van het beroepskader en de
miliciens, met tenminste vier maanden dienst en werd in
alle kazernes aangeplakt of anderzijds meegedeeld.
- Reserve-majoor
Moreau de Melen, voormalig minister van
Landsverdediging, wordt vrijwilliger bij het bataljon;
hij verklaart dat België, naast de Verenigde Staten,
ook een inspanning dient te leveren.
30 augustus 1950.
- Er worden
nog bijkomende inlichtingen verstrekt : de
maximumleeftijd zal 35 jaar zijn, behalve voor de
officieren; het gaat om een dienstverbintenis van één
jaar; de bezoldiging voor een soldaat zou ongeveer 3000F
per maand zijn + een gevechtspremie van 50F per dag, enz...
1 september 1950.
- Er wordt een
akkoord getekend met het Groothertogdom Luxemburg om
ongeveer 50 Luxemburgers op te nemen in het bataljon.
- Er zijn reeds 923
geldige kandidaturen ingediend van personen, die zich
aanmeldden om deel te nemen aan het vrijwilligerskorps.
Bovendien zijn er 293 kandidaturen, die niet
kunnen aanvaard worden.
- De regering
bericht in een officiële boodschap dat het er voor ons
land niet om gaat de besten der Belgen ver weg te
sturen, voor een vreemde zaak.
Men legt wel de nadruk op de wil van de vrije
volkeren om met de daad deel te nemen aan de acties
tegen het gebruik van geweld.
België is geen bondgenoot van andere
mogendheden, maar wil optreden als lid van de Verenigde
Naties. De
regering wil ook een aantal andere maatregelen
voorbereiden : de oprichting van reserve-divisies, de
verlenging van de dienstplicht, de verbetering van de
vloot, e.d.
5 september 1950.
- Het ganse kader
van het bataljon commando en van het bataljon
parachutisten heeft zich kandidaat gesteld voor het
expeditiekorps, dat naar Korea zal gaan.
8 september 1950.
- Er zijn nu reeds
2108 kandidaturen tot deelname aan het
vrijwilligerskorps.
Hierbij bevinden zich 93 officieren van het
beroepskader en 53 reserve-offcieren; 77 onderofficieren
van het beroepskader en 161 reserve-onderofficieren; 137
soldaten en korporaals van het beroepskader; 1234
korporaals en soldaten, met onbepaald verlof; 111
korporaals en soldaten-miliciens.
Er waren echter ook een groot aantal onvolledige
aanvragen (242) en 656 aanvragen waren ongeldig of
onaanvaardbaar. De
Belgische kranten berichten herhaaldelijk over deze
onaanvaardbare aanvragen, bv . van 140 personen,
verblijvend in wederopvoedingsinstituten,
vooral in Merksplas; dit laat een ongunstige indruk na
op het Belgisch publiek, in het algemeen en op de
vrijwilligers, in het bijzonder.
- Het kamp van
Beverloo wordt aangeduid als instructie-eenheid;
luitenant-kolonel Danloy wordt aangeduid als
verantwoordelijke voor de opleiding, die twee maanden in
beslag zal nemen.
15 september 1950.
- Het 10de
Amerikaanse korps voert een gewaagde landing uit in
Inchon (dichtbij Seoel) zodat de aanvoerlijnen van de
strijdkrachten van Noord-Korea worden afgesneden.
Tegelijkertijd doet het Amerikaanse 8ste leger een
uitval vanuit de Pusan-perimeter.
De Amerikaanse luchtmacht ontreddert de
terugtrekkende Noord-Koreanen.
260 schepen en landingsvaartuigen brengen op twee
dagen tijd 40.000 mariniers aan land, op 16 km van Seoel
en het vliegveld, Kimpo, wordt - onbeschadigd - bezet,
zodat een luchtbrug vanuit Japan voor de aanvoer van
voorraden kan zorgen.
- Het 4de Chinese
leger bereidt zich voor op de tussenkomst in Korea. De Chinese manschappen worden 'Vrijwilligers van het volk'
genoemd. China hoopt op steun van de Sovjet-Unie, door
de inzet van vliegtuigen, maar partijleider Stalin
weigert deze steun aan China te geven.
- Deze datum
betekent de derde fase van de oorlog in Korea (tot 26
november), gekenmerkt door aanvallen en ... vergissingen
van de UNO-strijdkrachten.
- Het Belgisch
aanbod om een bataljon naar Korea te zenden wordt door
de Verenigde Naties aanvaard.
18 september
1950.
- De
vrijwilligers-officieren en -onderofficieren komen samen
in Marche-les-Dames, voor een intensieve training.
12 van de 40 officieren en de helft van de
onderofficieren behoren tot het actief kader.
De Minister van Landsverdediging beperkt de
deelname van beroepsmilitairen om de
bezettingsstrijdkrachten in Duitsland niet te
verzwakken. De
opleiding moet in een snel tempo gebeuren, want het
kader moet in staat zijn om tegen begin oktober leiding
te geven aan de manschappen; de onderrichters van de
commando's zijn ter beschikking om deze opleiding tot
een goed einde te brengen.
De 110 onderofficieren - velen van hen
oudgedienden uit de tweede wereldoorlog - zullen later
een hechte basis vormen voor het bataljon.
- De selectie van de
vrijwilligers gebeurt in Gent en Namen, op basis van de
taalgroep. Deze
selectie is zeer streng : kandidaten met een onvoldoende
fysische geschiktheid of met een nogal gevuld
strafregister worden geweigerd.
25 september 1950.
- De uit het zuiden
van Korea oprukkende Amerikaanse strijdkrachten, met hun
snelle tankspitsen, maken contact met de bij Inchon
gelande mariniers. De Noord-Koreaanse militairen trekken in verwarring terug,
maar velen worden gevangen genomen.
26 september 1950.
- Het hoofdkwartier
van de UNO-strijdkrachten bepaalt dat elke buitenlandse
bijdrage aan de oorlog in Korea ongeveer 1000
manschappen dient te omvatten en bij aankomst in Korea
opgeleid, gewapend en uitgerust dient te zijn, met
voorraden voor ongeveer 30 dagen.
27 september 1950.
- De UNO-troepen,
geland nabij Seoel en het Amerikaanse 8ste leger
verwezenlijken de volledige verbinding en op 28
september wordt Seoel heroverd. De stad is voor de helft verwoest door de wegtrekkende
Noord-Koreanen.
- Generaal MacArthur
besluit om de 38ste breedtegraad te overschrijden en
Noord-Korea te veroveren, wat later wordt goedgekeurd
door President Truman en de Verenigde Naties.
28 september 1950.
- Luitenant-kolonel
S.B.H. A. Crahay wordt commandant van het bataljon, tot
25 april 1951, als eerste bevelsperiode.
Hij is artillerist en op dat ogenblik lesgever
aan de Krijgsschool.
Tweede in bevel wordt majoor S.B.H. G. Vivario.
Ook senator en oud-minister, reserve-majoor H.
Moreau de Melen behoort tot het bataljon. Beslissingen
hierover waren reeds genomen op 18 september 1950.
2 oktober 1950.
- De vrijwilligers
komen aan in Leopoldsburg (eigenlijk in het kamp van
Beverlo, waar blok D 11 het centrale punt van het
bataljon vormt), voor
een training van meer dan twee maanden; de opleiding
gebeurt door commando-instructeurs.
Het is de bedoeling om de geheel: verschillende
opleiding van de vrijwilligers te consolideren in een
infanterie-structuur.
Deze training had tot doel de individuele
weerbaarheid van de vrijwilligers op te voeren tot een
niveau, dat hen in staat zou stellen in harde
omstandigheden hun opdracht uit te voeren.
- De opleiding van
het 'eerste bataljon' is volledig gericht op het
'terreinwerk'. Slechts
na de terugkeer van de eerste vrijwilligers, die als
instructeur worden aangesteld, kan ook de Korea-ervaring
worden ingeschakeld : samenwerking tanks-infanterie;
uitbouwen van een egelstelling; bevoorradingsproblemen;
belang van de verbindingslijnen; gevaren van het
nachtgevecht, e.d.
- Het bataljon heeft
de volgende structuur : staf, staf- en
dienstencompagnie, drie compagnies fuseliers (A en B :
Franstalig en C : Nederlandstalig), een compagnie 'zware
wapens' (tweetalig).
De A-compagnie zal een Luxemburgs peloton
omvatten.
- Aan blok D 11 zal
op 29 januari 1975 een officiële gedenkplaat worden
geplaatst, ter herinnering aan de eerste verzamelplaats
van de vrijwilligers.
4 oktober 1950.
- De UNO-strijdmacht
- waarbij zich nu ook reeds Canadezen en Filippijnen
hebben aangesloten - bevindt zich reeds 80km ten Noorden
van de 38ste breedtegraad.
MacArthur krijgt dan de toelating om Noord-Korea
binnen te vallen, wat reeds door de feiten achterhaald
was.
7 oktober 1950.
- De Veiligheidsraad
van de Verenigde Naties gaat akkoord dat de
UNO-strijdmacht de 38ste breedtegraad zou overschrijden
om aldus een wapenstilstand te kunnen afdwingen en de
Noord-Koreaanse strijdkrachten te ontmantelen.
- De naam van het
bataljon wordt bepaald als : Vrijwilligerskorps voor
Korea - Corps de Volontaires pour la Corée.
13 oktober 1950.
- Het bataljon is nu
ook administratief in werking en alle activiteiten
beginnen zich te ontplooien.
16 oktober 1950.
-
China mengt zich in het conflict in Korea, door het
zenden van troepen naar het strijdtoneel. Van 26 tot 31
oktober 1950 nemen massale Chinese troepen deel aan het
gevecht. Einde
november bevinden zich reeds 300.000 Chinezen in Korea.
De tussenkomst van China had internationale gevolgen en
het Westen vreest voor een nieuwe wereldoorlog, die
Europa zou bedreigen.
De defensiebudgetten van de westerse landen
verhogen sterk en de legerdienst verhoogt tot 24
maanden, in vele landen.
17 oktober 1950.
- Het Ministerie van
Landsverdediging beslist ;om het bataljon uit te rusten
met in voorraad zijnde materieel, van Britse oorsprong.
Er zal evenwel beroep gedaan worden - ter plaatse
in Korea - op Amerikaanse voorraden voor voertuigen,
speciale kledij, kampeermaterieel, brandstoffen en
voedingsmiddelen. Dit
systeem zal voor problemen zorgen : tijdens de
integratie in een Britse eenheid waren er problemen voor
het onderhoud en de wisselstukken van de (Amerikaanse)
voertuigen; tijdens de integratie in Amerikaanse
eenheden waren er problemen voor het bekomen van
voldoende hoeveelheden munitie.
20 oktober 1950.
- Padre Vander
Goten, oud-aalmoezenier der para's wordt aangeduid als
aalmoezenier van het bataljon.
21 oktober 1950.
-
Pjongyang, de
hoofdstad van Noord-Korea wordt veroverd door de
UNO-troepen, die een opmars inzetten naar de Yalu, de
grens tussen Noord-Korea en China, die bereikt wordt op
26 oktober 1950.
- MacArthur laat
4000 para's landen ten Noorden van Pjongyang om een
snellere opmars naar de Yalu te realiseren.
Hij formuleert - té optimistische - berichten
dat tegen einde 1950 de strijd ten einde zal zijn.
24 oktober 1950.
- In diverse kranten
verschijnt een verslag over de opleiding van de
vrijwilligers. (Dit
is een uitzondering, want er komt weinig nieuws in de
Belgische kranten over de voorbereiding van de
vrijwilligers; de berichtgeving is het gevolg van een
bezoek van de Belgische journalisten aan het
opleidingskamp) :
"Op bezoek bij onze bruine mutsen. "
-----------------------------------------------
De vrijwilligers oefenen zich voor wat komen gaat.
Zelfs indien de eigenlijke oorlog ten einde zou
zijn, zullen er nog militaire taken overblijven, zoals
bewakingsopdrachten, zuiverings- en
anti-guerilla-activiteiten.
De manschappen moeten volledig opgeleid zijn bij
hun aankomst in Korea.
Ze hebben al 13 inspuitingen gekregen. De kazerne
is zeer modern, met goede keukens en wasgelegenheden; er
zijn automatische machines voor het schillen van
aardappelen en het kuisen van groenten.
De basisvergoedingen zullen 100f per dag zijn
voor de soldaten, 105F voor de korporaals en 115F voor
de sergeanten, wat ongeveer overeenkomt met de
minimumwedde van manschappen uit het beroepskader."
26 oktober 1950.
- De Chinezen
beginnen met massale aanvallen in Noord-Korea en drijven
de UNO-troepen terug naar het zuiden.
Een tegenaanval, gelanceerd door generaal Mac
Arthur brengt slechts weinig resultaten op, terwijl de
Chinezen een tweede massale aanval plannen.
Mac Arthur verkondigt zijn té optimistische
visie dat de gevechten in Korea tegen Kerstmis ten einde
zullen zijn.
Oktober 1950.
- Voor het transport
van het bataljon naar Korea wordt beslist om de 'Kamina'
in te schakelen, (De 'Kamina' draagt dan nummer AP 907)
nadat nog gedurende meer dan een maand de nodige
aanpassingen zullen worden uitgevoerd.
Deze aanpassingen zullen 37.200.000F kosten. De
Kamina was gebouwd in 1939, in opdracht van een Poolse
firma maar kon niet meer worden geleverd wegens het
uitbreken van de tweede wereldoorlog. De Duitsers namen
het schip in beslag, gaven het de naam 'Herman von
Wissman' en bestemden het als bevoorradingsschip voor
onderzeeboten. Na
de oorlog werd het schip in beslag genomen door de
Britten en herdoopt als 'Royal Harold'.
In 1950 werd het schip aan België afgestaan en
kreeg dan de naam 'Kamina'.
De regering had wel andere mogelijkheden
onderzocht (Vertrek uit Rotterdam, met een Nederlands
schip; een schip van een Belgische rederij afhuren) maar
besliste toch een Belgisch schip te laten vertrekken uit
een Belgische haven, alhoewel dan maar 10% van het
benodigde materieel kon worden meegenomen. De Kamina was
veel te klein om een bataljon te vervoeren : de
maaltijden dienden in vier groepen te worden verdeeld,
de keuken werkte van 5 uur tot 19.30u, de oefeningen en
de ontspanning dienden steeds per groep te gebeuren,
enz... Het
schip had geen anti-mijnen installatie, de motoren
vertoonden allerlei defecten, de douches waren
regelmatig buiten werking, enz...
- De 'Kamina' wordt
daarna ingeschakeld voor het transport van militairen
naar Congo (Nummer A957) en wordt op 1967 uit dienst
genomen. De
'Kamina' heeft 71 havens in 48 landen 'bezocht' en meer
dan 400.000 zeemijlen afgelegd.
- Van de UNO-troepen
wordt verwacht - na de landing bij Inchon - dat ze een
snel einde aan de oorlog zullen stellen : generaal
MacArthur voorspelt het einde van de vijandelijkheden
tegen Kerstmis 1950.
6 november 1950.
- De eerste Chinese
soldaat wordt gevangen genomen.
Chinese stoottroepen bevinden zich in de spits
van kleine, lokale tegenaanvallen.
- Radio Peking
kondigt officieel aan dat China de Noord-Koreaanse
acties zal steunen, door het zenden van
volksvrijwilligers.
8 november 1950.
- De Koninklijke
Prins Boudewijn overhandigt aan luitenant-kolonel S.B.H.
A. Crahay een vaandel voor het bataljon en woont diverse
oefeningen bij, waarin de vrijwilligers blijk geven van
de reeds gevorderde training, bij een pelotonsaanval..
11 november 1950.
- Het tijdschrift
van het bataljon verschijnt voor de eerste maal in het
Kamp van Beverloo.(De datum werd achteraf gewijzigd in
21 november 1950). Het tijdschrift bevat een oproep van
luitenant-kolonel S.B.H. A. Crahay tot de vrijwilligers;
een artikel over de opleiding door majoor S.B.H. G.
Vivario en een 'medische kroniek' door de dokter van het
bataljon. De eerste bladzijde toont de nationale
spreuken : L'UNION FAIT LA FORCE - EENDRACHT MAAKT MACHT
en de Luxemburgse spreuk : DIR SIT UM GUDDE WE.
- Het bataljon
defileert in Brussel, ter gelegenheid van de verjaardag
van de wapenstilstand, in 1918 en als hulde aan de
gesneuvelden van de beide wereldoorlogen.
De vrijwilligers worden spontaan toegejuicht.
Op de toen genomen foto's is o.a. luitenant P.
Beauprez te herkennen, de eerste gesneuvelde
vrijwilliger.
15 november 1950.
- Hoe zwaar de
gevechten tot nu toe waren blijkt uit de verliescijfers
tot op dat ogenblik : 4798 gesneuvelden, 4340 vermisten
en 19.740 gekwetsten.
Het grootste deel van deze verliescijfers betreft
Zuid-Koreanen.
24 november 1950.
- Generaal MacArthur
lanceert een grootscheepse aanval van de UNO-troepen in
de richting van de Yalu, de rivier die China en
Noord-Korea scheiden.
Chinese tegenaanvallen verijdelen een spoedig
succes van dit initiatief.
-
Integendeel, op 25
november 1950 lanceren de Chinezen massale aanvallen,
met 18 divisies van het 4de Chinese leger en de
UNO-troepen worden teruggedreven naar de omgeving van de
38ste breedtegraad.
Tienduizenden Amerikanen van het 7de leger
dreigen omsingeld en uitgeschakeld te worden, maar - met
aanzienlijke verliezen - kunnen ze ontsnappen.
25 november 1950.
- De Chinese
tussenkomst betekent een vierde fase in de oorlog en
leidt tot paniek bij de UNO-strijdkrachten, een periode
die duurt tot 20 januari 1951; nadien volgt er een
stellingenoorlog tot 22 februari 1951.
29 november 1950.
- De
verbindingsmissie in Tokio (5 officieren en
onderofficieren) start met de werkzaamheden, onder
leiding van kolonel S.B.H. J. Daelemans. Hij
blijft hoofd van deze verbindingsmissie tot 4 januari
1952.
- Pater Arkens, die
lange tijd in het Verre-Oosten verbleef, zal het
bataljon vergezellen, als tolk.
- Geruchten deden de
ronde in de Belgische pers (overgenomen uit de
Amerikaanse media) als zouden bij de Chinese troepen
Belgische wapens gebruiken. Minister van Buitenlandse
Zaken, P. Van Zeeland deelt in de Kamer van
Volksvertegenwoordigers mee dat wapens uit de F.N.-fabriek
werden geleverd aan de troepen van Tsang-Kai-Tsjek, die
dan het enige wettelijke bestuur in China
vertegenwoordigde.
Er werden nooit wapens aan communistisch China of
andere communistisch gezinde landen geleverd.
November 1950.
- Enquêtes onder
het publiek wijzen uit dat 2/3 van de Belgen een
buitenlandse tussenkomst in Korea goedvinden, maar 20%
van de Belgen heeft hierover geen mening.
1 december 1950.
- De UNO-troepen
moeten Pjongyang ontruimen en tegen 10 december is zowat
het ganse grondgebied boven de 38ste breedtegraad terug
in handen van de Chinezen en Noord-Koreanen.
9 december 1950.
- Een delegatie van
de vrijwilligers wordt ontvangen door de Nationale
Vereniging voor Oorlogsslachtoffers, die de
onvoorwaardelijke steun toezegt aan de deelnemers aan de
oorlog in Korea.
- Een comité voor
hulp aan de vrijwilligers wordt opgericht; Prinses Jean
de Mérode wordt erevoorzitster en Mevr. A. Crahay wordt
voorzitster; het Rode Kruis stelt hiervoor lokalen ter
beschikking.
11 december 1950.
- De bevelhebber van
het bataljon bekomt de bevoegdheid om vrijwilligers aan
te stellen in een hogere graad, ook als ze nog niet het
vereiste tijdstip bereikt hebben, zoals voorzien in
vredestijd.
12 december 1950.
- De opleiding van
de vrijwilligers is ten einde; ze hebben de 'bruine
muts' ontvangen, die speciaal voor het bataljon werd
gecreëerd, verpersoonlijkt door een eigen schild,
gedragen op de bruine muts (Het schild bestaat uit de
kruising van een Vlaamse strijdknots en een Waalse
bijl). Er
moet nog gewacht worden op de 'Kamina' om te kunnen
vertrekken; het schip is bezig met een proefvaart naar
de haven van Rotterdam. Een groot deel van het nodige
materieel zal niet kunnen worden meegenomen met de
Kamina, maar zal worden verzonden, via Rotterdam, met
Nederlandse schepen.
14 december 1950.
- Begin van de
stellingenoorlog rond de 38ste breedtegraad.
18 december 1950.
- Vertrek van het
eerste contingent, dat
aankwam op 31 januari 1951. Het ging om 672
vrijwilligers : 44 officieren, 123 onderofficieren en
505 manschappen.
- Bij deze
vrijwilligers waren er 43 Luxemburgers. Van hen zullen
er 37 terugkeren op 8 juni 1951 en 2 december 1951; 4
keren terug in september 1952 en 1 in april 1954. 1
Luxemburger sneuvelt op 22 augustus 1952.
- Om 11.00u begint
een officiële afscheidsplechtigheid; eerste minister
Pholien houdt een toespraak waarin hij zegt dat België
trots is op de vrijwilligers, die de beschaving gaan
verdedigen en belooft dat er voor hen zal worden gezorgd
bij de terugkeer. Om
11.30u vaart de 'Kamina' (waarop het kenteken AP 907
voorkomt) af, onder escorte van de mijnenveger 'Georges
Lecointe'.
- De Koninklijke
Prins Boudewijn stuurt een met de hand geschreven
boodschap aan de vrijwilligers, waarin hij hen zijn
beste wensen overmaakt voor hun acties in Korea.
19 december
1950.
- Er wordt een
akkoord gesloten tussen België en de Verenigde Staten
i.v.m. de levering door de Amerikanen van het
basismaterieel voor de installatie van het bataljon in
Korea.
20 december 1950.
- Het
installatiepersoneel (6 vrijwilligers o.l.v. Majoor
Moreau de Melen) vertrekt per vliegtuig, via New York en
Japan, naar Korea om de aankomst van het bataljon voor
te bereiden. Ze worden vergezeld door de h. Masson de
Fernig, oorlogscorrespondent van het agentschap Belga,
die zal zorgen voor de berichtgeving, via Belga, aan de
Belgische pers.
23 december 1950.
- België en de
Verenigde Staten sluiten een akkoord betreffende de
financiële situatie : er zal 'bezettingsgeld' worden
uitgegeven (Military Payment Certificates) en Koreaanse
valuta, de Whon, zodat geen dollars of valuta uit andere
landen in omloop komen.
De Military Payment Certificates zijn
omwisselbaar in Whon, ter gebruik met de plaatselijke
bevolking, maar het omgekeerde niet.
Op die manier was het mogelijk de geldcirculatie
in de hand te houden, ook al in verband met de sterke
inflatie in Zuid-Korea.
27 december 1950.
- Radio Leopoldstad
zendt boodschappen uit van de familieleden in België,
bestemd voor de vrijwilligers op de 'Kamina'.
Een dag op de Kamina.(Door een vrijwilliger-correspondent
van Het Laatste Nieuws, die de artikelen ondertekent met
de naam Chandra).
- Het is heet en dat doet ons trager leven.
We staan op om 7.30u; ontbijt om 8.30u. Daarna
Engelse les, instructies en briefing; één uur turnen
op het voordek en een stortbad met de brandspuit.
- Middagmaal met groenten
soep, gegarneerde zuurkool, aardappelpuree, fruit en koffie.
Daarna rust tot 15u; soms schietoefeningen;
ontspanning met kaarten, lezen, zingen.
- Voor het kerstfeest kregen we extra bier, een klein
flesje whisky, chocolade en fruit. Toch voelden we ons
ver van huis.
29 december
1950.
- De 'Kamina' komt
aan in Port Saïd, (bij het Suez-kanaal), waar het schip
wordt bevoorraad en herstellingen gebeuren.
Daarna komt het schip in de Rode Zee. De
temperatuur wordt warmer en het meegebrachte
'Bergenbier', van de bekende brouwerij uit Aalst, kan
niet koel worden geserveerd.
Einde 1950.
******************************************************************