|
Hoofdstuk
3 : DE KRONIEK VAN HET JAAR 1952. De kroniek van dit jaar vertelt over meerdere operaties
van het bataljon en het begin van de 'stellingenoorlog.
4 januari 1952. - Kolonel J.
Lothaire wordt hoofd van de verbindingsmissie in Tokio en blijft dit tot
10 mei 1954. Het bataljon krijgt
een eerste vermelding op het 'Dagorder van het Leger' i.v.m. het gevecht
bij de Imjin. Deze
vermelding was al voorafgegaan, op 6 september 1951, door een - Het Amerikaanse
schip 'Generaal Langfitt' brengt de stoffelijke resten van 22
vrijwilligers naar Antwerpen. 26 januari 1952. - Soldaat V.
Tresinie wordt vermist tijdens een patrouille. 31 januari 1952. - Onderluitenant R.
Miserez sneuvelt te Nalgung-Dong. Januari 1952. - Er wordt in
Brussel een 'Bureau Korea' ingericht om een betere coördinatie te
bekomen tussen het bataljon in Korea en het Ministerie van
Landsverdediging en andere officiële instanties in België. 5 februari 1952. - Er wordt
(eindelijk) een voorstel geformuleerd voor het opstellen van een
brochure voor de toekomstige vrijwilligers, met opgave van de
voorwaarden, voordelen, enz... 23 februari 1952. - Luitenant-kolonel
S.B.H. G. Vivario wordt commandant van het bataljon, tot 29 december
1952, als derde bevelsperiode. 9 maart 1952. - Sergeant A.
Dierckx overlijdt te Nalgung-Dong. 14 maart 1952. - Vertrek van de
zeventiende versterking, 50 vrijwilligers. - Onder hen zijn er
46 Luxemburgers, de tweede Luxemburgse versterking. Van hen zullen er 40 terugkeren tussen 20 september 1952 en
20 augustus 1953. Vijf Luxemburgers keren terug in februari 1954.
1 Luxemburger sneuvelt op 26 september 1952. 27 maart 1952. - 1ste sergeant J.
Vandeperre overlijdt in bevolen dienst. 5 april 1952. - In het Belgisch
Staatsblad worden de statuten gepubliceerd (Blz. 443) van de
Verbroedering van het Belgisch Vrijwilligerskorps voor Korea.
Deze statuten zullen blijven gelen tot 14 februari 1965, wanneer
nieuwe statuten zullen worden gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.
Mei 1952. - Er zijn ernstige
ongeregeldheden in het krijgsgevangenenkamp van Koje Eiland(Zuid-Korea),
wat later moeilijkheden zou opleveren bij de besprekingen over de
wapenstilstand. 23 juni 1952. - Een Koninklijk
Besluit voorziet voor de vrijwilligers, die een tweede contract van 12
maanden afsluiten een premie van 12.000F. - De Amerikaanse
luchtmacht bombardeert vijf hydro-elektrische complexen op de grens
tussen Noord-Korea en Mantsjoerije, zodat de elektriciteit voorziening
van dit laatste land zwaar in het gedrang komt. 7 juli 1952. - 1ste luitenant J.
Jonet sneuvelt te Kojakkol. 12 juli 1952. - 1ste sergeant R.Gennart
en korporaal H. Veryser overlijden in bevolen dienst te Kojakkol. - Het bataljon
bevindt zich in Kojak kol, aan de oever van de Imjin. Een patrouille wordt uitgestuurd om een paar vermisten van de
vorige patrouille op te sporen; de mannen worden teruggevonden, slechts
licht gekwetst. Nachtelijke
artillerie- en mortierbombardementen van beide zijden houden urenlang
aan. Het regent zonder
ophouden en de loopgraven staan vol modder en water. 16 juli 1952. - Een voorpost van
de A-compagnie wordt aangevallen door een Chinese verkenningspatrouille. 21 juli 1952. - Ter gelegenheid
van de nationale feestdag bekomen de mannen twee flesjes bier, twee
sigaren en pakje Belgische sigaretten. 24-25 juli 1952. - De C-compagnie
voert de ' 25 juli 1952. - Korporaals G.
Deckers en G. Van Woensel en soldaat O. De Vos sneuvelen te Koyakkol. - Soldaat W. De
Winter wordt vermist en er zijn ook 16 gekwetsten tijdens de operatie 'Moonlight'. Augustus 1952. - De legerdienst wordt door de regering J. Van Houtte verminderd van 24 tot 21 maanden, ondanks protesten van de socialisten, die liever een legerdienst van 18 maanden hadden gewild. De communisten opteerden zelfs voor een legerdienst van slechts 12 maanden. Toen de socialisten aan het bewind kwamen, in 1954, werd de legerdienst inderdaad verminderd tot 18 maanden. 22 augustus 1952. - De Luxemburgse
vrijwilliger R. Stutz sneuvelt te Chokko-Ri.
29 augustus 1952. - Soldaat A. Staes
sneuvelt te Chokko-Ri. 30 augustus 1952. - Sergeant L.
Verschraegen en de soldaten J. Delen, E. Kellens sneuvelen te Chokko-Ri,
ten gevolge van hevige Chinese artillerie-beschietingen. 26 september 1952. - Het bataljon voert
de operatie - Kapitein J. Loquet,
luitenant J. Coppens, sergeanten J. Doll en R. Mores (Luxemburg),
korporaals O. Fetro en T. Schmetz, de soldaten R. Maes, E. Magnin,
J. Stael, R. Vereecke sneuvelen te Chokko-Ri, Choklai-Ni en
Kojakkol. Er zijn ook nog
16 gekwetsten. 9 oktober 1952. - Minister van
Landsverdediging, kolonel De Greef, overhandigt een vaandel aan
kapitein-commandant Nicodème, stichter van de Verbroedering van het
Vrijwilligerskorps voor Korea; dit gebeurt op de Grote Markt, te
Brussel, ter gelegenheid van de terugkeer van een aantal vrijwilligers
uit Korea. 8 november 1952. - Soldaat J. Casier
sneuvelt. 16 december 1952. - Soldaat R.
Dekoster sneuvelt te Sammyong-Ni. 19 december 1952. - Soldaat A. Guilmot
sneuvelt te Sammyong-Ni. 21 december 1951. - Soldaat B. Wanet
overlijdt in bevolen dienst. 29 december 1952. Luitenant-kolonel R.
Gathy wordt commandant van het bataljon, tot 19 januari 1953, als eerste
bevelsperiode. Einde 1952. Een patrouille bij
de operatie 'Camelia'. (Getuigenis onderluitenant ... V.D.). - Van Doorslaere - Er werd een nachtpatrouille voorzien met als doel een
Chinese gevangene terug te brengen naar het bataljon, om inlichtingen te
bekomen. We zouden tussen
twee Chinese bataljons binnendringen in de vijandelijke linie. Een paar dagen tevoren hadden de Amerikanen dit ook
geprobeerd, maar zonder succes en ze hadden vijf doden te betreuren.
Mijn peloton zou de patrouille uitvoeren; een ander peloton zou
de actie steunen, maar zich op het laatste ogenblik terugtrekken. - Compagniecommandant Genis ging mee op verkenning; daarna
gingen we naar het bataljon om luchtfoto's te bekijken, die geen 24 uur
oud waren. We kregen verder
geen detailinstructies over de uitvoering. - Het was -18°C en er was volle maan. Om 01.30u.waren we
dicht bij de stelling van de Chinezen en werden beschoten.
Een steunpeloton stond onder de leiding van de adjunct-
pelotonsoverste; hij kreeg een verwonding aan de keel en zegde :
"Ik trek me terug". Dit
werd slecht geïnterpreteerd en het ganse peloton trok zich terug, zodat
het niet meer op de aangeduide plaats was, toen mijn peloton
terugkeerde. - De artillerie had twee uren op voorhand het gehele terrein omgewoeld
en eigenlijk hadden we een beetje medelijden met de Chinezen, die het
bombardement hadden moeten ondergaan.
Ze waren wel ontredderd, maar toch op hun hoede.
De Chinese waarnemers zagen en hoorden dan ook onze progressie,
gedurende 300m. We slopen, in spanning en een heuvel op; het peloton was
in blok en we verwachtten Chinezen te ontmoeten.
Halfweg de heuvel was er een klein plateau van ongeveer 60m²,
waar een begraafplaats was en even rustten. Op
dat ogenblik kregen we artillerie en mortiervuur over ons, maar ook
kogels uit handwapens en handgranaten. - Ik nam per radio contact op met de compagniecommandant
en zegde dat vorderen omhoog onmogelijk was; ik kreeg opdracht terug te
keren naar een dorp aan de voet van de heuvel.
Dan werd de antenne van de radio in drie stukken geschoten en de
post zelf werd vernield. Dit
was dan ook ons laatste radio
contact. - Wegens het gevaar gaf ik het bevel dat ieder eerst twee
mills-granaten naar de vijand moest gooien
en dan in sprongen naar beneden moest rennen. Het onbekende
terrein deed de manschappen aarzelen, maar ik spoorde hen aan me te
volgen. Aan de voet van de
heuvel deed ik 'appèl', per sectie.
Ik stuurde een boodschapper vooruit, naar het bataljon, maar hij
verloor de weg en kwam later aan in het bataljon, dan mijn peloton zelf.
We vonden ook het steunpeloton niet meer, want het was
teruggekeerd. We riepen in
de richting van het steunpeloton, maar kregen antwoord van Chinezen. Padre Vandergoten kwam ons tegemoet, omdat hij onze moeilijke
situatie begrepen had, maar omdat hij het paswoord niet kende, kwam hij
nog in gevaar. - Van de 32 manschappen waren er 9 gekwetst en we hadden
één zwaar gekwetste, aan het been. Slechts een paar manschappen
dienden te worden afgevoerd naar het hospitaal. - Bij de rapportering aan bataljonscommandant G. Vivario
zegde deze : "Ge hebt geluk gehad; we dachten al dat ge waart
afgevoerd naar de zoutmijnen van Siberië".
Vivario had de gewoonte om vóór de uitvoering van een opdracht
te zeggen : "Zeg me eens hoe ge dat gaat doen." Hij drong nooit zijn eigen mening op. - Ik had zelf een scherf in de elleboog en moest voor een
radiografie voor enkele uren weg
uit mijn peloton; het was niet erg en ik kon gauw terug, maar moest
enkele dagen geen wachtdienst doen.
De kwetsuur was het gevolg van een scherf, die de karabijn in
mijn hand trof en het wapen vernielde. - Bij de terugtocht hadden we onze helmen weggegooid, want
we konden zó niet goed meer horen.
Ik moest een aanvraag indienen voor 30 helmen, ter vervanging. Een
gevechtspatrouille bij de operatie 'Camelia'. (Getuigenis van de soldaten J.H. en L.W. - 3de sectie, 2de
peloton, C-compagnie.) - Het 2de peloton van de C-compagnie moest de heuvel 'Queen'
bezetten, in de nacht van 15 op 16 december 1951 (?), vertrekkend vanaf
de Imjin-vallei. - Het peloton vorderde in driehoeksformatie; de 1ste
sectie, die de basis vormde van de driehoek, bemerkte Chinezen die het
peloton volgden. De 2de en
3de sectie moesten de heuvelkam bezetten, die schijnbaar verlaten was en
glansde in het maanlicht. Ze
werden echter opgewacht door Chinezen, op de top van de heuvel, die
begonnen met het gooien van handgranaten.
We werden opgeschrikt, trokken wat terug en stelden ons op in een
licht gebogen lijn, buiten het bereik van de handgranaten.
Eén van de mannen was zwaar getroffen in de beide benen en was
achtergebleven, juist vóór de Chinese linies; hij riep om hulp.
Jan Peeters, de scherpschutter van onze sectie, rende vooruit,
greep de gekwetste op de schouder en keerde behouden terug, want er kwam
geen Chinees vuur bij de reddingsactie. - Omdat de Chinezen begonnen te schieten met mortieren,
moest het peloton zich terugtrekken. De
opleiding in Marche-les-Dames. (Getuigenis van soldaat
W.V.P.) - We kregen een opleiding van ongeveer twee maanden; omdat
ik vrij klein en nog jong was, mocht mijn rugzak laten dragen door één
van de andere vrijwilligers, maar nooit mijn geweer. Tijdens een 'sortie' haalden we in de Statiestraat van Namen
een engeltje, met een trompet van een 8 meter hoog monument; we werden
gesnapt door de M.P. en moesten een nacht in de citadel, in een cel
blijven, maar kregen geen verdere straf. De terugkeer naar
België. (Getuigenis van soldaat L.V.B.) - Ik keerde terug naar België, na afloop van mijn
verplichte termijn; er werd geen druk uitgeoefend om te blijven.
Ik keerde terug met een schip dat Engelse families terugbracht
vanuit Singapore, naar hun land. Bij de aankomst bleek mijn kitbag, waarop een stevig slot
zat, opgesneden te zijn : mijn
souvenirs en mijn dagboek waren gestolen,
maar mijn geld zat gelukkig niet in die kitbag. - Na mijn verlof van één maand, tekende ik bij voor vijf
jaar, maar dat was geen succes. We
mochten in mijn eenheid onze bruine muts en de Amerikaanse 'boots' niet
meer dragen. Ik kreeg een
vraag om onderofficier te worden, maar aanvaardde niet, omdat ik dan
terug naar de schoolbanken moest, op 30-jarige leeftijd. ******************************************************************
|