Thumbnail
NL / FR / EN

 

Begin kroniek    1950    1951    1952    1953     1954-1955

 

Hoofdstuk 2 : DE KRONIEK VAN HET JAAR 1950.

In dit hoofdstuk wordt bericht over het begin van de oorlog en het verloop ervan tot einde december 1950. Hoe België reageerde met de vorming van een bataljon komt ook voor in deze bladzijden.

25 juni 1950.

- De strijdkrachten van Noord-Korea overschrijden de 38ste breedtegraad en dringen door op het grondgebied van Zuid-Korea. Deze datum is het begin van een periode van ongeveer 50 dagen 'terugtocht' voor het leger van Zuid-Korea.

- Aan de grens met Noord-Korea bevinden zich slechts vier infanterie-divisies, ongeveer 30.000 manschappen, zonder zware wapens. Omdat het zondag is, is slechts 1/3 van de Zuid-Koreaanse manschappen op post.

- Om 3.00u zijn de eerste oorlogsgeruchten te horen : tankbewegingen en aanvoer van artillerie. Om 4.00u is er alarm en worden de Zuid-Koreaanse generaals opgeroepen. Om 5.00u wordt algemeen alarm gegeven, maar het zal duren tot 14.00u vooraleer alle verdedigingsposities ingenomen zijn.

- De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties veroordeelt deze aanval, vraagt om de vijandelijkheden te stoppen en eist de terugtrekking van Noord-Korea boven de 38ste breedtegraad.

- President H. Truman van de Verenigde Staten beslist om militaire bijstand te verlenen aan Zuid-Korea, in het kader van het 'Programma van Wederzijdse bijstand en verdediging', dat bestaat tussen de Verenigde Staten en Zuid-Korea.

27 juni 1950.

- President H. Truman van de Verenigde Staten geeft toestemming aan de Amerikaanse luchtmacht en marine om Zuid-Korea te steunen. De 24ste Amerikaanse Infanteriedivisie, onder de leiding van generaal W. Dean, landt in Pusan op 1 juli 1950.

- De Belgische kranten berichten :

"Noord-Koreaanse communistische troepen rukken Zuid-Korea binnen. Spoedvergadering van de Veiligheidsraad, waar de Sovjet-Unie niet aanwezig is. Amerikaanse hulp gevraagd. Luchtaanvallen op Seoel. Zonder Russische leiding zou deze aanval niet mogelijk geweest zijn. Amerikaanse strijdkrachten op weg naar Zuid-Korea., waar slechts 300 Amerikaanse adviseurs aanwezig zijn. Zuid-Korea vraagt dringende hulp."

- Het is de eerste keer in de geschiedenis dat één land, Noord-Korea (later met China) geplaatst is tegenover een internationale organisatie, die beroep kan doen op de gewapende macht van meerdere naties.

28 juni 1950.

- Het leger van Noord-Korea verovert Seoel en het nabijgelegen vliegveld Kimpo; daarna zal de opmars trager verlopen wegens de slechte staat van de wegen en de interventies van de Amerikaanse luchtmacht. Deze luchtmacht opereert van op Japanse basissen. In de omgeving van Japan bevinden zich vier vliegdekschepen en ongeveer 50 andere oorlogsbodems, meestal torpedojagers. In Japan zelf bevinden zich 123.000 Amerikaanse militairen, de meeste van hen zonder gevechtservaring.

29 juni 1950.

- Minister van Buitenlandse Zaken P. Van Zeeland brengt België op de hoogte van de situatie in Korea, via een radiotoespraak. Hij verklaart dat België bereid is om een oproep van de Verenigde Naties te steunen.

30 juni 1950.

- President H. Truman geeft nu ook de toestemming om Zuid-Korea te steunen, met 'grondtroepen'. Bovendien wordt begonnen met een zeeblokkade van Noord-Korea.

- Groot-Brittannië zegt de steun toe van Britse vlooteenheden.

1 juli 1950.

- Secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Trygve Lie, roept de westerse landen op om steun te verlenen aan de geplande UNO-acties.

3 juli 1950.

- 35 van de 59 landen, die deel uitmaken van de Verenigde Naties, hebben steun toegezegd aan de UNO-acties. Op 6 juli noteert Turkije al de kandidatuur van 4000 vrijwilligers.

- De westerse wereld kondigt een economische blokkade tegen Noord-Korea af.

- De kranten berichten dat drie jongemannen uit de gemeente Liedekerke een brief schreven aan generaal MacArthur om mee te delen dat ze aan de strijd in Korea wilden deelnemen en de Belgische overheid om toestemming zouden vragen om in het Amerikaanse leger te dienen.

7 juli 1950.

- De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties besluit om een interventiemacht naar Korea te zenden, onder UNO-vlag. Generaal MacArthur zal de commandant van deze strijdmacht zijn.

- Deze beslissing van de Veiligheidsraad was mogelijk omdat a) De Sovjet-Unie afwezig bleef bij de vergaderingen, ontstemd over de niet-aanvaarding van communistisch China en b) Formosa (Nu Taiwan) nog altijd werd beschouwd als de officiële Chinese staat, zodat communistisch China niet vertegenwoordigd was bij de verenigde Naties. De Sovjet-Unie en communistisch China beschouwden dan ook de Veiligheidsraad als een verlengstuk van de Amerikaanse strevingen. Deze Sovjet-boycot duurt van 14 januari 1950 tot 1 augustus 1950 en vormt een bijzonder belangrijke factor i.v.m. het uitbreken van de oorlog in Korea.

- Alle landen, behorend tot de Verenigde Naties krijgen de vraag om steunverlening aan Zuid-Korea, onder de UNO-vlag. Tot einde maart 1951 bieden 49 landen en 10 Internationale Organisaties hulp aan. Hiervan wensen een aantal landen niet deel te nemen aan de gevechten zelf, maar willen fondsen ter beschikking stellen voor het herstel van Korea, na de oorlog (Argentinië, Egypte, Indonesië, enz...). Andere landen zijn bereid om medische hulp te verlenen, zoals hospitalen, veldbedden, geneesmiddelen, enz... ( De Scandinavische landen, Ecuador, enz...) Guatemala wilde hout leveren; Israël bood citrusvruchten aan en IJsland stelde 125 ton levertraan ter beschikking. Niet alle aanbiedingen konden worden aanvaard. Zo bv. werd het aanbod van België om 400 ton suiker te leveren niet aanvaard.

- Tenslotte stuurden 16 landen gevechtseenheden en 5 landen leverden medische hulp.

9 juli 1950.

- De eerste Amerikaanse tanks en artillerie bereiken het strijdtoneel en vormen een materiële - en morele steun voor het ontredderde Zuid-Koreaanse leger.

13 juli 1950.

- President Nehru van India lanceert reeds nu een voorstel om het conflict in Korea stop te zetten en dan ook communistisch China (de Volksrepubliek China) toe te laten tot de Verenigde Naties. Dit voorstel werd nog herhaald door India, in augustus 1950; de Sovjet-Unie had hiervoor wel belangstelling maar de Verenigde Staten weigerden deze voorstellen te overwegen.

20 juli 1950.

- De Belgische kranten geven een eerste overzicht van de militaire posities : De 1ste, 24ste en 25ste Amerikaanse divisie strijden, met wat nog overblijft van het Zuid-Koreaanse leger, tegen 10 tot 12 Noord-Koreaanse divisies. Er zijn ook al manschappen onderweg van vijf landen : Australië, Groot-Brittannië, Nieuw-Zeeland, Siam en Turkije.

28 juli 1950.

- De Belgische regering steunt 'symbolisch' de UNO-actie door het aanbieden van logistieke steun : vliegtuigen, munitie, medische hulp.

- In het kader van de pas afgesloten Benelux-overeenkomst werd gedacht aan het zenden van een Benelux-brigade naar Korea. De politieke situatie in België belet de deelname van ons land aan dit initiatief en anderzijds wil Nederland niet lang wachten om een bataljon naar Korea te zenden.

30 juli 1950.

- Er heerst grote onrust in België, wegens de koningskwestie. Tijdens woelige betogingen in Grâce-Berleur, voelt de rijkswacht zich bedreigd en gebruikt vuurwapens, met vijf doden als gevolg. Koning Leopold III zal afstand doen van de troon.

- President H. Truman kondigt in de Verenigde Staten een gedeeltelijke mobilisatie af, overtuigd dat het om een langdurige oorlog in Korea zal gaan.

Juli 1950.

- De Chinese leider, Mao Zedong, overweegt de verdediging van zijn land, ingeval van een Noord-Koreaanse nederlaag; drie legerkorpsen van het 4de Chinese leger worden voorbereid op de gevechten in Korea.

1 augustus 1950.

- Koning Leopold III doet troonsafstand en zijn zoon, Boudewijn, wordt als Koninklijke Prins staatshoofd.

4 augustus 1950.

- De Sovjet Unie doet een voorstel opdat alle buitenlandse troepen zich uit Korea zouden terugtrekken. De UNO-actie wordt als een flagrante uitdaging aan het adres van de Sovjet-Unie beschouwd, omdat het Korea-conflict dient beschouwd te worden als een interne en nationale aangelegenheid van Korea.

- Het UNO-leger is teruggedrongen tot de omgeving van Pusan en bezet nog stellingen met een straal van 100km rond Pusan..

- Noord-Korea aarzelt om een vernietigende aanval op de perimeter rond Pusan te beginnen en wil eerst het veroverde gebied beter bezetten en de aanvoerlijnen verstevigen.

9 augustus 1950.

- Een Sabena-transportvliegtuig wordt ter beschikking gesteld van de UNO. Gedurende het verder verloop van de oorlog worden Belgische vliegtuigen ingezet voor het transport van materieel van de Verenigde Staten naar Japan en Korea.

12 augustus 1950.

- Kroonprins Boudewijn bestijgt de troon, als 'Koninklijke Prins'.

15 augustus 1950.

- Op die datum begin een tweede fase van de oorlog, durend tot 15 september, gekenmerkt door defensieve acties van de UNO-strijdkrachten, in stellingen rond Pusan. Generaal MacArthur kan de overrompeling van de perimeter van Pusan vermijden door het flexibel inzetten van beweeglijke - relatief kleine - eenheden, op diverse plaatsen.

19 augustus 1950.

- De organisatie van het bataljon en de voorwaarden voor de deelname der vrijwilligers worden bepaald, in een nota van het 'Algemeen Bestuur van het Personeel van het Belgisch Leger', alhoewel op dat ogenblik het vrijwilligerskorps nog niet bestaat.

23 augustus 1950.

- De regering krijgt de specifieke vraag van de Verenigde Staten om een vrijwilligerskorps naar Korea te zenden. De officiële oprichting van dit korps, onder de vorm van een bataljon, gebeurt op 27 augustus, nadat op 26 augustus 1950 de regering besliste om deel te nemen aan de UNO-strijdmacht.

- De regering wenst geen te grote aanwezigheid van beroepsmilitairen en opteert voor het statuut van vrijwilligers. Bovendien stelde zich de vraag of beroepsmilitairen wel konden verplicht worden om deel te nemen aan de gevechten in Korea. Dit noodzaakt echter om een vrij lange opleiding te voorzien voor de vrijwilligers, afkomstig uit diverse eenheden en het burgerleven, in plaats van beroep te kunnen doen op bv. een goed geoefende actieve eenheid, zoals bv. de paracommando’s.

29 augustus 1950.

- In alle Belgische kranten verschijnt een oproep :

" Een vrijwilligerskorps voor Korea. Oproep van het Ministerie van Landsverdediging. Vooral commando's en valschermspringers gevraagd."

----------------------------------------------------------------------------------------------------

"Het Leger vormt thans een vrijwilligerskorps voor Korea. Reserve officieren met verlof zonder soldij en lagere militairen (onderofficieren, korporaals en soldaten) met onbepaald verlof, die tot dit korps verlangen toe te treden, dienen hun aanvraag terstond te richten tot het Ministerie van Landsverdediging, Directie Lager Personeel, Prins Boudewijn kazerne, Dailly plaats, Brussel".

- Verder wordt gevraagd : opgave van identiteit, militieklasse, opgave welke functie in het leger werd uitgeoefend, enz... De passende voorwaarden zullen worden meegedeeld aan de kandidaten.

- Deze oproep werd ook gericht aan de militairen van het beroepskader en de miliciens, met tenminste vier maanden dienst en werd in alle kazernes aangeplakt of anderzijds meegedeeld.

- Reserve-majoor Moreau de Melen, voormalig minister van Landsverdediging, wordt vrijwilliger bij het bataljon; hij verklaart dat België, naast de Verenigde Staten, ook een inspanning dient te leveren.

30 augustus 1950.

- Er worden nog bijkomende inlichtingen verstrekt : de maximumleeftijd zal 35 jaar zijn, behalve voor de officieren; het gaat om een dienstverbintenis van één jaar; de bezoldiging voor een soldaat zou ongeveer 3000F per maand zijn + een gevechtspremie van 50F per dag, enz...

1 september 1950.

- Er wordt een akkoord getekend met het Groothertogdom Luxemburg om ongeveer 50 Luxemburgers op te nemen in het bataljon.

- Er zijn reeds 923 geldige kandidaturen ingediend van personen, die zich aanmeldden om deel te nemen aan het vrijwilligerskorps. Bovendien zijn er 293 kandidaturen, die niet kunnen aanvaard worden.

- De regering bericht in een officiële boodschap dat het er voor ons land niet om gaat de besten der Belgen ver weg te sturen, voor een vreemde zaak. Men legt wel de nadruk op de wil van de vrije volkeren om met de daad deel te nemen aan de acties tegen het gebruik van geweld. België is geen bondgenoot van andere mogendheden, maar wil optreden als lid van de Verenigde Naties. De regering wil ook een aantal andere maatregelen voorbereiden : de oprichting van reserve-divisies, de verlenging van de dienstplicht, de verbetering van de vloot, e.d.

5 september 1950.

- Het ganse kader van het bataljon commando en van het bataljon parachutisten heeft zich kandidaat gesteld voor het expeditiekorps, dat naar Korea zal gaan.

8 september 1950.

- Er zijn nu reeds 2108 kandidaturen tot deelname aan het vrijwilligerskorps. Hierbij bevinden zich 93 officieren van het beroepskader en 53 reserve-offcieren; 77 onderofficieren van het beroepskader en 161 reserve-onderofficieren; 137 soldaten en korporaals van het beroepskader; 1234 korporaals en soldaten, met onbepaald verlof; 111 korporaals en soldaten-miliciens. Er waren echter ook een groot aantal onvolledige aanvragen (242) en 656 aanvragen waren ongeldig of onaanvaardbaar. De Belgische kranten berichten herhaaldelijk over deze onaanvaardbare aanvragen, bv . van 140 personen, verblijvend in wederopvoedingsinstituten, vooral in Merksplas; dit laat een ongunstige indruk na op het Belgisch publiek, in het algemeen en op de vrijwilligers, in het bijzonder.

- Het kamp van Beverloo wordt aangeduid als instructie-eenheid; luitenant-kolonel Danloy wordt aangeduid als verantwoordelijke voor de opleiding, die twee maanden in beslag zal nemen.

15 september 1950.

- Het 10de Amerikaanse korps voert een gewaagde landing uit in Inchon (dichtbij Seoel) zodat de aanvoerlijnen van de strijdkrachten van Noord-Korea worden afgesneden. Tegelijkertijd doet het Amerikaanse 8ste leger een uitval vanuit de Pusan-perimeter. De Amerikaanse luchtmacht ontreddert de terugtrekkende Noord-Koreanen. 260 schepen en landingsvaartuigen brengen op twee dagen tijd 40.000 mariniers aan land, op 16 km van Seoel en het vliegveld, Kimpo, wordt - onbeschadigd - bezet, zodat een luchtbrug vanuit Japan voor de aanvoer van voorraden kan zorgen.

- Het 4de Chinese leger bereidt zich voor op de tussenkomst in Korea. De Chinese manschappen worden 'Vrijwilligers van het volk' genoemd. China hoopt op steun van de Sovjet-Unie, door de inzet van vliegtuigen, maar partijleider Stalin weigert deze steun aan China te geven.

- Deze datum betekent de derde fase van de oorlog in Korea (tot 26 november), gekenmerkt door aanvallen en ... vergissingen van de UNO-strijdkrachten.

- Het Belgisch aanbod om een bataljon naar Korea te zenden wordt door de Verenigde Naties aanvaard.

18 september 1950.

- De vrijwilligers-officieren en -onderofficieren komen samen in Marche-les-Dames, voor een intensieve training. 12 van de 40 officieren en de helft van de onderofficieren behoren tot het actief kader. De Minister van Landsverdediging beperkt de deelname van beroepsmilitairen om de bezettingsstrijdkrachten in Duitsland niet te verzwakken. De opleiding moet in een snel tempo gebeuren, want het kader moet in staat zijn om tegen begin oktober leiding te geven aan de manschappen; de onderrichters van de commando's zijn ter beschikking om deze opleiding tot een goed einde te brengen. De 110 onderofficieren - velen van hen oudgedienden uit de tweede wereldoorlog - zullen later een hechte basis vormen voor het bataljon.

- De selectie van de vrijwilligers gebeurt in Gent en Namen, op basis van de taalgroep. Deze selectie is zeer streng : kandidaten met een onvoldoende fysische geschiktheid of met een nogal gevuld strafregister worden geweigerd.

25 september 1950.

- De uit het zuiden van Korea oprukkende Amerikaanse strijdkrachten, met hun snelle tankspitsen, maken contact met de bij Inchon gelande mariniers. De Noord-Koreaanse militairen trekken in verwarring terug, maar velen worden gevangen genomen.

26 september 1950.

- Het hoofdkwartier van de UNO-strijdkrachten bepaalt dat elke buitenlandse bijdrage aan de oorlog in Korea ongeveer 1000 manschappen dient te omvatten en bij aankomst in Korea opgeleid, gewapend en uitgerust dient te zijn, met voorraden voor ongeveer 30 dagen.

27 september 1950.

- De UNO-troepen, geland nabij Seoel en het Amerikaanse 8ste leger verwezenlijken de volledige verbinding en op 28 september wordt Seoel heroverd. De stad is voor de helft verwoest door de wegtrekkende Noord-Koreanen.

- Generaal MacArthur besluit om de 38ste breedtegraad te overschrijden en Noord-Korea te veroveren, wat later wordt goedgekeurd door President Truman en de Verenigde Naties.

28 september 1950.

- Luitenant-kolonel S.B.H. A. Crahay wordt commandant van het bataljon, tot 25 april 1951, als eerste bevelsperiode. Hij is artillerist en op dat ogenblik lesgever aan de Krijgsschool. Tweede in bevel wordt majoor S.B.H. G. Vivario. Ook senator en oud-minister, reserve-majoor H. Moreau de Melen behoort tot het bataljon. Beslissingen hierover waren reeds genomen op 18 september 1950.

2 oktober 1950.

- De vrijwilligers komen aan in Leopoldsburg (eigenlijk in het kamp van Beverlo, waar blok D 11 het centrale punt van het bataljon vormt), voor een training van meer dan twee maanden; de opleiding gebeurt door commando-instructeurs. Het is de bedoeling om de geheel: verschillende opleiding van de vrijwilligers te consolideren in een infanterie-structuur. Deze training had tot doel de individuele weerbaarheid van de vrijwilligers op te voeren tot een niveau, dat hen in staat zou stellen in harde omstandigheden hun opdracht uit te voeren.

- De opleiding van het 'eerste bataljon' is volledig gericht op het 'terreinwerk'. Slechts na de terugkeer van de eerste vrijwilligers, die als instructeur worden aangesteld, kan ook de Korea-ervaring worden ingeschakeld : samenwerking tanks-infanterie; uitbouwen van een egelstelling; bevoorradingsproblemen; belang van de verbindingslijnen; gevaren van het nachtgevecht, e.d.

- Het bataljon heeft de volgende structuur : staf, staf- en dienstencompagnie, drie compagnies fuseliers (A en B : Franstalig en C : Nederlandstalig), een compagnie 'zware wapens' (tweetalig). De A-compagnie zal een Luxemburgs peloton omvatten.

- Aan blok D 11 zal op 29 januari 1975 een officiële gedenkplaat worden geplaatst, ter herinnering aan de eerste verzamelplaats van de vrijwilligers.

4 oktober 1950.

- De UNO-strijdmacht - waarbij zich nu ook reeds Canadezen en Filippijnen hebben aangesloten - bevindt zich reeds 80km ten Noorden van de 38ste breedtegraad. MacArthur krijgt dan de toelating om Noord-Korea binnen te vallen, wat reeds door de feiten achterhaald was.

7 oktober 1950.

- De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties gaat akkoord dat de UNO-strijdmacht de 38ste breedtegraad zou overschrijden om aldus een wapenstilstand te kunnen afdwingen en de Noord-Koreaanse strijdkrachten te ontmantelen.

- De naam van het bataljon wordt bepaald als : Vrijwilligerskorps voor Korea - Corps de Volontaires pour la Corée.

13 oktober 1950.

- Het bataljon is nu ook administratief in werking en alle activiteiten beginnen zich te ontplooien.

16 oktober 1950.

- China mengt zich in het conflict in Korea, door het zenden van troepen naar het strijdtoneel. Van 26 tot 31 oktober 1950 nemen massale Chinese troepen deel aan het gevecht. Einde november bevinden zich reeds 300.000 Chinezen in Korea. De tussenkomst van China had internationale gevolgen en het Westen vreest voor een nieuwe wereldoorlog, die Europa zou bedreigen. De defensiebudgetten van de westerse landen verhogen sterk en de legerdienst verhoogt tot 24 maanden, in vele landen.

17 oktober 1950.

- Het Ministerie van Landsverdediging beslist ;om het bataljon uit te rusten met in voorraad zijnde materieel, van Britse oorsprong. Er zal evenwel beroep gedaan worden - ter plaatse in Korea - op Amerikaanse voorraden voor voertuigen, speciale kledij, kampeermaterieel, brandstoffen en voedingsmiddelen. Dit systeem zal voor problemen zorgen : tijdens de integratie in een Britse eenheid waren er problemen voor het onderhoud en de wisselstukken van de (Amerikaanse) voertuigen; tijdens de integratie in Amerikaanse eenheden waren er problemen voor het bekomen van voldoende hoeveelheden munitie.

20 oktober 1950.

- Padre Vander Goten, oud-aalmoezenier der para's wordt aangeduid als aalmoezenier van het bataljon.

21 oktober 1950.

- Pjongyang, de hoofdstad van Noord-Korea wordt veroverd door de UNO-troepen, die een opmars inzetten naar de Yalu, de grens tussen Noord-Korea en China, die bereikt wordt op 26 oktober 1950.

- MacArthur laat 4000 para's landen ten Noorden van Pjongyang om een snellere opmars naar de Yalu te realiseren. Hij formuleert - té optimistische - berichten dat tegen einde 1950 de strijd ten einde zal zijn.

24 oktober 1950.

- In diverse kranten verschijnt een verslag over de opleiding van de vrijwilligers. (Dit is een uitzondering, want er komt weinig nieuws in de Belgische kranten over de voorbereiding van de vrijwilligers; de berichtgeving is het gevolg van een bezoek van de Belgische journalisten aan het opleidingskamp) :

"Op bezoek bij onze bruine mutsen. "

-----------------------------------------------

De vrijwilligers oefenen zich voor wat komen gaat. Zelfs indien de eigenlijke oorlog ten einde zou zijn, zullen er nog militaire taken overblijven, zoals bewakingsopdrachten, zuiverings- en anti-guerilla-activiteiten. De manschappen moeten volledig opgeleid zijn bij hun aankomst in Korea. Ze hebben al 13 inspuitingen gekregen. De kazerne is zeer modern, met goede keukens en wasgelegenheden; er zijn automatische machines voor het schillen van aardappelen en het kuisen van groenten. De basisvergoedingen zullen 100f per dag zijn voor de soldaten, 105F voor de korporaals en 115F voor de sergeanten, wat ongeveer overeenkomt met de minimumwedde van manschappen uit het beroepskader."

26 oktober 1950.

- De Chinezen beginnen met massale aanvallen in Noord-Korea en drijven de UNO-troepen terug naar het zuiden. Een tegenaanval, gelanceerd door generaal Mac Arthur brengt slechts weinig resultaten op, terwijl de Chinezen een tweede massale aanval plannen. Mac Arthur verkondigt zijn té optimistische visie dat de gevechten in Korea tegen Kerstmis ten einde zullen zijn.

Oktober 1950.

- Voor het transport van het bataljon naar Korea wordt beslist om de 'Kamina' in te schakelen, (De 'Kamina' draagt dan nummer AP 907) nadat nog gedurende meer dan een maand de nodige aanpassingen zullen worden uitgevoerd. Deze aanpassingen zullen 37.200.000F kosten. De Kamina was gebouwd in 1939, in opdracht van een Poolse firma maar kon niet meer worden geleverd wegens het uitbreken van de tweede wereldoorlog. De Duitsers namen het schip in beslag, gaven het de naam 'Herman von Wissman' en bestemden het als bevoorradingsschip voor onderzeeboten. Na de oorlog werd het schip in beslag genomen door de Britten en herdoopt als 'Royal Harold'. In 1950 werd het schip aan België afgestaan en kreeg dan de naam 'Kamina'. De regering had wel andere mogelijkheden onderzocht (Vertrek uit Rotterdam, met een Nederlands schip; een schip van een Belgische rederij afhuren) maar besliste toch een Belgisch schip te laten vertrekken uit een Belgische haven, alhoewel dan maar 10% van het benodigde materieel kon worden meegenomen. De Kamina was veel te klein om een bataljon te vervoeren : de maaltijden dienden in vier groepen te worden verdeeld, de keuken werkte van 5 uur tot 19.30u, de oefeningen en de ontspanning dienden steeds per groep te gebeuren, enz... Het schip had geen anti-mijnen installatie, de motoren vertoonden allerlei defecten, de douches waren regelmatig buiten werking, enz...

- De 'Kamina' wordt daarna ingeschakeld voor het transport van militairen naar Congo (Nummer A957) en wordt op 1967 uit dienst genomen. De 'Kamina' heeft 71 havens in 48 landen 'bezocht' en meer dan 400.000 zeemijlen afgelegd.

- Van de UNO-troepen wordt verwacht - na de landing bij Inchon - dat ze een snel einde aan de oorlog zullen stellen : generaal MacArthur voorspelt het einde van de vijandelijkheden tegen Kerstmis 1950.

6 november 1950.

- De eerste Chinese soldaat wordt gevangen genomen. Chinese stoottroepen bevinden zich in de spits van kleine, lokale tegenaanvallen.

- Radio Peking kondigt officieel aan dat China de Noord-Koreaanse acties zal steunen, door het zenden van volksvrijwilligers.

8 november 1950.

- De Koninklijke Prins Boudewijn overhandigt aan luitenant-kolonel S.B.H. A. Crahay een vaandel voor het bataljon en woont diverse oefeningen bij, waarin de vrijwilligers blijk geven van de reeds gevorderde training, bij een pelotonsaanval..

11 november 1950.

- Het tijdschrift van het bataljon verschijnt voor de eerste maal in het Kamp van Beverloo.(De datum werd achteraf gewijzigd in 21 november 1950). Het tijdschrift bevat een oproep van luitenant-kolonel S.B.H. A. Crahay tot de vrijwilligers; een artikel over de opleiding door majoor S.B.H. G. Vivario en een 'medische kroniek' door de dokter van het bataljon. De eerste bladzijde toont de nationale spreuken : L'UNION FAIT LA FORCE - EENDRACHT MAAKT MACHT en de Luxemburgse spreuk : DIR SIT UM GUDDE WE.

- Het bataljon defileert in Brussel, ter gelegenheid van de verjaardag van de wapenstilstand, in 1918 en als hulde aan de gesneuvelden van de beide wereldoorlogen. De vrijwilligers worden spontaan toegejuicht. Op de toen genomen foto's is o.a. luitenant P. Beauprez te herkennen, de eerste gesneuvelde vrijwilliger.

15 november 1950.

- Hoe zwaar de gevechten tot nu toe waren blijkt uit de verliescijfers tot op dat ogenblik : 4798 gesneuvelden, 4340 vermisten en 19.740 gekwetsten. Het grootste deel van deze verliescijfers betreft Zuid-Koreanen.

24 november 1950.

- Generaal MacArthur lanceert een grootscheepse aanval van de UNO-troepen in de richting van de Yalu, de rivier die China en Noord-Korea scheiden. Chinese tegenaanvallen verijdelen een spoedig succes van dit initiatief.

- Integendeel, op 25 november 1950 lanceren de Chinezen massale aanvallen, met 18 divisies van het 4de Chinese leger en de UNO-troepen worden teruggedreven naar de omgeving van de 38ste breedtegraad. Tienduizenden Amerikanen van het 7de leger dreigen omsingeld en uitgeschakeld te worden, maar - met aanzienlijke verliezen - kunnen ze ontsnappen.

25 november 1950.

- De Chinese tussenkomst betekent een vierde fase in de oorlog en leidt tot paniek bij de UNO-strijdkrachten, een periode die duurt tot 20 januari 1951; nadien volgt er een stellingenoorlog tot 22 februari 1951.

29 november 1950.

- De verbindingsmissie in Tokio (5 officieren en onderofficieren) start met de werkzaamheden, onder leiding van kolonel S.B.H. J. Daelemans. Hij blijft hoofd van deze verbindingsmissie tot 4 januari 1952.

- Pater Arkens, die lange tijd in het Verre-Oosten verbleef, zal het bataljon vergezellen, als tolk.

- Geruchten deden de ronde in de Belgische pers (overgenomen uit de Amerikaanse media) als zouden bij de Chinese troepen Belgische wapens gebruiken. Minister van Buitenlandse Zaken, P. Van Zeeland deelt in de Kamer van Volksvertegenwoordigers mee dat wapens uit de F.N.-fabriek werden geleverd aan de troepen van Tsang-Kai-Tsjek, die dan het enige wettelijke bestuur in China vertegenwoordigde. Er werden nooit wapens aan communistisch China of andere communistisch gezinde landen geleverd.

November 1950.

- Enquêtes onder het publiek wijzen uit dat 2/3 van de Belgen een buitenlandse tussenkomst in Korea goedvinden, maar 20% van de Belgen heeft hierover geen mening.

1 december 1950.

- De UNO-troepen moeten Pjongyang ontruimen en tegen 10 december is zowat het ganse grondgebied boven de 38ste breedtegraad terug in handen van de Chinezen en Noord-Koreanen.

9 december 1950.

- Een delegatie van de vrijwilligers wordt ontvangen door de Nationale Vereniging voor Oorlogsslachtoffers, die de onvoorwaardelijke steun toezegt aan de deelnemers aan de oorlog in Korea.

- Een comité voor hulp aan de vrijwilligers wordt opgericht; Prinses Jean de Mérode wordt erevoorzitster en Mevr. A. Crahay wordt voorzitster; het Rode Kruis stelt hiervoor lokalen ter beschikking.

11 december 1950.

- De bevelhebber van het bataljon bekomt de bevoegdheid om vrijwilligers aan te stellen in een hogere graad, ook als ze nog niet het vereiste tijdstip bereikt hebben, zoals voorzien in vredestijd.

12 december 1950.

- De opleiding van de vrijwilligers is ten einde; ze hebben de 'bruine muts' ontvangen, die speciaal voor het bataljon werd gecreëerd, verpersoonlijkt door een eigen schild, gedragen op de bruine muts (Het schild bestaat uit de kruising van een Vlaamse strijdknots en een Waalse bijl). Er moet nog gewacht worden op de 'Kamina' om te kunnen vertrekken; het schip is bezig met een proefvaart naar de haven van Rotterdam. Een groot deel van het nodige materieel zal niet kunnen worden meegenomen met de Kamina, maar zal worden verzonden, via Rotterdam, met Nederlandse schepen.

14 december 1950.

- Begin van de stellingenoorlog rond de 38ste breedtegraad.

18 december 1950.

- Vertrek van het eerste contingent, dat aankwam op 31 januari 1951. Het ging om 672 vrijwilligers : 44 officieren, 123 onderofficieren en 505 manschappen.

- Bij deze vrijwilligers waren er 43 Luxemburgers. Van hen zullen er 37 terugkeren op 8 juni 1951 en 2 december 1951; 4 keren terug in september 1952 en 1 in april 1954. 1 Luxemburger sneuvelt op 22 augustus 1952.

- Om 11.00u begint een officiële afscheidsplechtigheid; eerste minister Pholien houdt een toespraak waarin hij zegt dat België trots is op de vrijwilligers, die de beschaving gaan verdedigen en belooft dat er voor hen zal worden gezorgd bij de terugkeer. Om 11.30u vaart de 'Kamina' (waarop het kenteken AP 907 voorkomt) af, onder escorte van de mijnenveger 'Georges Lecointe'.

- De Koninklijke Prins Boudewijn stuurt een met de hand geschreven boodschap aan de vrijwilligers, waarin hij hen zijn beste wensen overmaakt voor hun acties in Korea.

19 december 1950.

- Er wordt een akkoord gesloten tussen België en de Verenigde Staten i.v.m. de levering door de Amerikanen van het basismaterieel voor de installatie van het bataljon in Korea.

20 december 1950.

- Het installatiepersoneel (6 vrijwilligers o.l.v. Majoor Moreau de Melen) vertrekt per vliegtuig, via New York en Japan, naar Korea om de aankomst van het bataljon voor te bereiden. Ze worden vergezeld door de h. Masson de Fernig, oorlogscorrespondent van het agentschap Belga, die zal zorgen voor de berichtgeving, via Belga, aan de Belgische pers.

23 december 1950.

- België en de Verenigde Staten sluiten een akkoord betreffende de financiële situatie : er zal 'bezettingsgeld' worden uitgegeven (Military Payment Certificates) en Koreaanse valuta, de Whon, zodat geen dollars of valuta uit andere landen in omloop komen. De Military Payment Certificates zijn omwisselbaar in Whon, ter gebruik met de plaatselijke bevolking, maar het omgekeerde niet. Op die manier was het mogelijk de geldcirculatie in de hand te houden, ook al in verband met de sterke inflatie in Zuid-Korea.

27 december 1950.

- Radio Leopoldstad zendt boodschappen uit van de familieleden in België, bestemd voor de vrijwilligers op de 'Kamina'.

Een dag op de Kamina.(Door een vrijwilliger-correspondent van Het Laatste Nieuws, die de artikelen ondertekent met de naam Chandra).

- Het is heet en dat doet ons trager leven. We staan op om 7.30u; ontbijt om 8.30u. Daarna Engelse les, instructies en briefing; één uur turnen op het voordek en een stortbad met de brandspuit.

- Middagmaal met groenten soep, gegarneerde zuurkool, aardappelpuree, fruit en koffie. Daarna rust tot 15u; soms schietoefeningen; ontspanning met kaarten, lezen, zingen.

- Voor het kerstfeest kregen we extra bier, een klein flesje whisky, chocolade en fruit. Toch voelden we ons ver van huis.

29 december 1950.

- De 'Kamina' komt aan in Port Saïd, (bij het Suez-kanaal), waar het schip wordt bevoorraad en herstellingen gebeuren. Daarna komt het schip in de Rode Zee. De temperatuur wordt warmer en het meegebrachte 'Bergenbier', van de bekende brouwerij uit Aalst, kan niet koel worden geserveerd.

Einde 1950.