Thumbnail
NL / FR / EN

 

Begin kroniek    1950    1951    1952    1953     1954-1955

 

Hoofdstuk 3 : DE KRONIEK VAN HET JAAR 1951.

In dit hoofdstuk worden de aankomst en de eerste krijgsverrichtingen van het bataljon belicht, steeds in het kader van het verloop van de oorlog zelf.

Januari 1951.

- Ook op de Kamina werd de uitgave van het blad van het bataljon verder gezet. Veel van deze exemplaren zijn niet meer beschikbaar, maar we vinden nog in Nr.3 :

" Januari 1951 - Op Zee... : een sfeerbeeld over drie weken op zee; een woordje van de Padre; enkele raadgevingen over de hygiëne op het schip; een remedie tegen zeeziekte; een hoekje voor de Luxemburgse vrijwilligers; instructies hoe correspondentie vanuit Colombo dient te worden verzonden."

4 januari 1951.

- Seoel wordt heroverd door de Chinezen, die meerdere stellingen aan de overzijde van de Han-rivier bezetten. Een geallieerd steunpunt, Soewon, 25 km ten zuiden van Seoel moet worden ontruimd. Het Chinese offensief loopt echter ten einde omdat de aanvoerlijnen doorheen Noord-Korea té lang zijn en zwaar worden aangevallen door de Amerikaanse luchtmacht. Het is nu wachten op een tegenaanval van de UNO-troepen, die zal beginnen op 25 januari 1951.

6 januari 1951.

- De vrijwilligers op de 'Kamina' spreken boodschappen in, bestemd voor de familieleden in België.

11 januari 1951.

- De 'Kamina' bereikt Colombo in Ceylon. Er is geen post aangekomen voor de vrijwilligers.

13 januari 1951.

- De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties stelt een 'staakt-het-vuren' voor, zodat onderhandelingen kunnen beginnen. Dit wordt niet aanvaard door de communistische leiders.

17 januari 1951.

- Aankomst van de 'Kamina' in Singapore. De post uit België is niet aangekomen, wat aanleiding geeft tot irritatie bij de vrijwilligers. De post komt toch aan nog vóór het vertrek van de 'Kamina'.

23 januari 1951. - De 'Kamina' komt aan in Manilla (Philippijnen). De vrijwilligers kunnen niet aan wal, maar enkelen wagen hun kans voor een uitstap, zonder veel succes : ze worden opgepakt aan wal en gestraft, na hun terugkeer op de 'Kamina'.

25 januari 1951.

- Generaal Ridgway, die sinds 25 december 1950 het bevel over de UNO-troepen had overgenomen van generaal Mac Arthur, begint met een tegenaanval in de richting van de 38 ste breedtegraad. Deze aanval vordert traag en zal leiden tot de herovering van Seoel, op 14 maart 1951.

26 januari 1951.

- Het wetsontwerp, dat uiteindelijk zal leiden tot de wet van 30 mei 1951 i.v.m. het statuut van de vrijwilligers, is voor het eerst besproken in de Senaatscommissie voor Landsverdediging. Diverse opmerkingen en tegenwerpingen worden geformuleerd, die de inwerkingtreding van de wet zullen vertragen.

- Er is nog steeds geen beslissing genomen over het transport van eventuele gewonden van het bataljon, naar België. Het transport van Korea naar Japan kan gebeuren met Amerikaanse vliegtuigen van de medische dienst; daarna heerst onzekerheid : wellicht kan men gebruik maken van een terugvlucht van de Belgische vliegtuigen, die de verbinding San Francisco - Japan verzekeren en daarna gebruik maken van een reeds bestaande route, met Britse vliegtuigen.

27 januari 1951.

- De beslissing wordt genomen om het bataljon te laten aansluiten bij een Britse Brigade. Eerst werd gedacht aan de 27ste Britse Brigade, omdat deze samengesteld was uit manschappen van het Commonwealth : naast Britten ook Australiërs, Canadezen en Nieuw-Zeelanders. De organisatie zou volgens Brits systeem gebeuren, maar wel kunnen beschikken over Amerikaanse rantsoenen. Dit leek een voordelige oplossing, maar later werd het bataljon aangehecht bij de 29ste Britse Brigade.

31 januari 1951.

- Getalsterkte van het bataljon : 668 vrijwilligers.

- Ontscheping in Pusan. Wegens de problemen met de 'Kamina' had het bataljon vertraging : de aankomst was voorzien op 21 januari 1951. De vrijwilligers worden verwelkomd door een Amerikaanse militaire muziekkapel en een aantal personaliteiten. Het bataljon verblijft voorlopig in Tongdae-Dong; op 10 km van Pusan, waar een trainingsperiode van enkele weken wacht; het vroeger vertrokken 'installatiepersoneel' heeft goed gewerkt om de vrijwilligers te ontvangen.

- Er stelt zich onmiddellijk een transportprobleem. Het bataljon had in het organigram voorzien : 56 jeeps, 25 moto's, 19 lichte vrachtwagen 3/4 ton, 25 vrachtwagens 2 1/2 en 3 ton. De Kamina bracht alleen de jeep van de bataljonscommandant mee naar Pusan. Er diende dus een directe hulp te komen, in de vorm van Amerikaanse voertuigen, om het bataljon operationeel te maken.

- Auditeur I. Roggen is ook in Tokio aangekomen.

Einde januari/begin februari 1951.

- In Korea komen zes vrouwelijke vrijwilligers aan, vier cantine-medewerksters en twee verpleegsters; ze werden gekozen uit talrijke kandidaturen. Ze worden gelijkgesteld met officieren van de lagere rangen en werken vooral ten dienste van de zieken en gewonden van het bataljon, in Korea en Japan.

1 februari 1951.

- Het bataljon wordt verder getraind, in Korea zelf (Tongnae-Dong), tot 10 februari 1951. Het gaat vooral om een aanpassing aan de Amerikaanse strategie en - wapens.

3 februari 1951.

- Na enige onzekerheid, bekomen de families van de vrijwilligers correcte informaties over het zenden van pakjes naar Korea. Kartonnen verpakkingen zijn te bekomen in de provinciale centra van het Rode Kruis, tegen 5F/stuk. De transportkosten bedragen 20F. De pakjes dienen bezorgd te worden aan het Comité voor Hulp aan de Vrijwilligers voor Korea, Vleurgatse Steenweg, 98, Brussel.

- Het 8ste Amerikaanse leger zet de opmars naar Seoel verder, in drie colonnes, voorafgegaan door intense bombardementen;

11 februari 1951.

- Het bataljon vertrekt vanuit Tongdae-Dong naar Waegwan (tot maart 1951), aan de rivier Naktong en neemt er deel aan anti-guerrilla acties (samen met het 15de Regiment van de 3de Amerikaanse divisie) in de streek van Waegwan, tot 4 maart 1951. Deze guerrilla was eerder zwak in dit gebied.

- De transportproblemen van het bataljon zijn gedeeltelijk opgelost omdat de Amerikanen 10 vrachtwagens van 2,5 ton en 10 jeeps, met aanhangwagen ter beschikking stellen van de vrijwilligers.

- De Amerikaanse generaal Ridgway bezoekt het bataljon.

- Het Ministerie van Landsverdediging publiceert een nieuwe oproep voor vrijwilligers; de voorwaarden zijn niet gewijzigd in vergelijking met de oproep van de herfst 1950.

- In de Belgische dagbladen wordt nu onomwonden gezegd dat het een langdurige oorlog kan worden en niets wijst erop dat de wapens een spoedige beslissing zullen kunnen afdwingen. Er wordt de probleemvraag gesteld : Hoe zal men het vrijwilligersbataljon op zijn getal houden, want de mannen hebben een dienstverbintenis van één jaar en kunnen dus op 1 oktober 1951 hun demobilisatie opvragen.

13 februari 1951.

- In diverse steden van België en ook in Luxemburg hebben de Welfaredienst van het leger en de Werelduitzendingen van de nationale radiozenders berichten van familieleden opgenomen, bestemd voor de vrijwilligers; de betreffende opnamen gebeurden van 23 december 1950 tot 30 januari 1951 en ze werden uitgezonden, bestemd voor de Kamina, in 18 uitzendingen. Op 13 februari 1951 wordt beslist een nieuwe reeks familieboodschappen op te nemen..

Februari 1951.

- Het bataljon krijgt - in steun - enkele Koreaanse burgers, die als hulpkrachten optreden voor karweien, graafwerken, e.d.

Maart 1951.

- Rekening houdend met de militaire spanningen verhoogt de regering J. Pholien de legerdienst van 12 tot 24 maanden.

- De opleiding van de vrijwilligers voor de versterkingen van het bataljon gebeuren in Kaulille, waar de omstandigheden en de infrastructuur niet ideaal zijn. Dit systeem zal worden gebruikt tot november 1951.

1 maart 1951.

- Het bataljon wordt ondergebracht bij het 15de Infanterie-regiment van de 3de Amerikaanse Divisie.

Begin maart 1951.

Het Belgisch bataljon in Taegu (Uit de Belgische dagbladen).

- Het bataljon is, per compagnie, ondergebracht in het dorp Taegu. Er staat nog een gedeeltelijk verwoeste kerk, overblijfsel van een Franse missiepost, waar de paters in 1943 verjaagd werden door de Japanners. Verder is er een groot tentenkamp, met elektrisch licht, geleverd door het bataljon zelf. In een centraal gelegen tent is de 'war room' van de staf van het bataljon. Er zijn dag-en-nacht schildwachten rondom het dorp. Bij etenstijd schuiven allen aan bij de keukentent; de voeding is goed en voldoende, maar velen vinden toch dat er te veel tomatensaus en maïs wordt verstrekt en eerder weinig brood en aardappelen. Het kamp wordt ook bevolkt door kleine Koreanen, die hun diensten aanbieden : schoenen poetsen, de was doen, de uitrusting onderhouden, ... tegen een vergoeding van 300 won, wat overeenkomt met ongeveer 3 frank. Ondanks de inspannende training, zijn er nog wel wat vrije uren, die de manschappen kunnen doorbrengen in de kantine of ze gaan naar het Koreaanse dorp, op verkenning. Ondanks het verbod, wordt daar inlandse alcohol gekocht en het gebeurt wel eens dat een paar vrijwilligers te laat terugkeren naar het tentenkamp of dat er een incidenten wordt gemeld met Koreaanse burgers. Toch is het moreel uitstekend en wordt de training ijverig verder gezet.

- 5 maart 1951.

- 6 maart 1951.

- Het bataljon vertrekt, per spoor, vanuit Waegwan en komt aan in Yongchon-Dong, nabij Suwon. De vrijwilligers blijven er tot 21 maart 1951; ze nemen posities in, ten zuiden van de Han en voeren patrouilles uit, aan de overzijde van de Han.

9 maart 1951.

- Het bataljon neemt stellingen in bij de Han-rivier, tot 21 maart 1951. Het bataljon vervangt het 1ste Amerikaanse bataljon van het 15de Infanterie-regiment in stellingen ten zuiden en ten oosten van Seoel. De verplaatsing gebeurt met door de Amerikanen geleende voertuigen.

14 maart 1951.

- De UNO-troepen heroveren Seoel. De stellingenoorlog kan beginnen, wat zal leiden tot een stabilisatie van het front in de omgeving van de 38ste breedtegraad.

- De 3de Amerikaanse Divisie begint met de uitgave van een dagelijks informatie blad, in het Frans en het Nederlands, een aangepaste vertaling van het blad 'Front Line'. Er worden politieke - en sportberichten gepubliceerd en op zondag is er een speciaal blad, met verhalen en moppen.

18 maart 1951.

- Luitenant P. Beauprez sneuvelt bij een verkenningsactie, in Tchu-Dong..

21 maart 1951.

- Het bataljon beschikt nu over vrachtwagens en steekt de Han-rivier over.

- Soldaat G. Gobert wordt vermist tijdens de operaties, op 21 maart 1951; hij zal later overlijden in gevangenschap, op 12 november 1951, in Kamp 5, in Pjongyang. Hij was gewond tijdens het gevecht en overlijdt aan de gevolgen van een blindedarmontsteking. Soldaat Gobert moest, samen met een andere vrijwilliger, een radiopost afleveren bij één van de Belgische compagnies; ze werden daarbij onder vuur genomen. Gobert keerde niet terug in de stelling; een uitgezonden patrouille vond zijn helm en een halsdoek terug, maar de man zelf was verdwenen, gevangen genomen door de Chinezen.

- Het bataljon vordert, via Nung-ni en Tokchen-ni, om Su-dong te bereiken op 23 maart.

23 maart 1951.

- De C-compagnie bezet heuvel 155 in een 'all-round' opstelling, in de omgeving van Nidjongbu. Het 3de peloton bevindt zich op een uitloper van deze heuvel en is de eerste Belgische eenheid die wordt aangevallen.

- Soldaat F. Rottiers sneuvelt op deze heuvel, bij een Chinese aanval in de loop van de nacht. Uit onderzoek ik gebleken dat F. Rottiers getroffen werd door een bajonetsteek. Zijn overbrenging naar de eerste hulppost verliep erg traag en...

- Zes (of acht) Chinezen sneuvelen in de onmiddellijke omgeving van de Belgische positie.

- Later wordt, in de Belgische linies, een gewonde Chinees gevonden, die telefonische inlichtingen aan het doorgeven was naar de achterhoede.

-

De situatie in de nacht van 23/24 maart 1951.(Samenvatting van informaties, verstrekt door luitenant P. Janssens.)

- Het 3de peloton bevond zich op een uitloper in het Noord-Oosten van de stelling.

- De Amerikanen hadden de stelling veroverd in de loop van de morgen van 23 maart 1951 en wij hadden de posities overgenomen rond 16u.

- De Chinezen hadden daar veel loopgraven en schuttersputten gegraven en omdat de avond inviel, kregen de pelotonscommandanten het advies om op de belangrijkste plaatsen gebruik te maken van de gegraven schuilplaatsen; op die manier dienden de mannen geen nieuwe schuilplaatsen te graven.

- Elk peloton beschikte over een aantal slaapzakken, ten dienste van de vrijwilligers, die niet 'van wacht' waren. De vrijwilligers mochten zich niet uitkleden, tijdens de nacht, op deze stelling.

- Elke sectie leverde 2 manschappen voor de wacht, dus zes schildwachten voor het 3de peloton.

- Het aantal Chinezen dat de aanval uitvoerde kon niet worden geschat en hetzelfde geldt voor het aantal door het 3de peloton gedode Chinezen, omdat de Amerikanen, tijdens de verovering van heuvel 155, ook Chinezen hadden gedood. Uit een korte verkenning, in de loop van 24 maart 1951, werd vastgesteld dat waarschijnlijk 8 Chinezen door de Belgen werden gedood.

25 maart 1951. (Sommige bronnen vermelden : 23 maart 1951).

- De generaals Mac Arthur en Ridgway brengen een kort bezoek aan het bataljon. Volgens de dagbladen zou generaal Mac Arthur tegen de Belgen gezegd hebben : "Wees voorzichtig."; de vrijwilligers ontkennen dit ten stelligste.

- Het bataljon vordert, via Chung-se, Majon-ni en Sangnae-ni, waar het 187ste Amerikaanse bataljon wordt afgelost, op 29 maart 1951..

30 maart 1951.

- Het bataljon heeft 668 manschappen ter plaatse; 32 manschappen zijn niet inzetbaar wegens ziekte of verwondingen. Het inzetbaar effectief omvat 39 officieren, 117 onderofficieren en 480 korporaals en soldaten.

- Het bataljon vordert, via Yon-dong, naar Kwangsuwon, waar het aankomt op 4 april 1951 en wordt ingedeeld bij de 29ste Britse Brigade.

3 april 1951.

- In het kamp van Beverlo zijn 275 vrijwilligers aangekomen voor een opleiding van meerdere weken; het gaat om de eerste versterking van het bataljon in Korea.

Begin april 1951.

- Majoor geneesheer A. Guérisse komt aan bij het bataljon, ter versterking van de medische dienst, waar slechts één dokter aan het werk is, onderluitenant geneesheer P. Derom. Elke compagnie beschikt over een medische hulppost met twee verplegers; in het hoofdkwartier van het bataljon zelf werkt de centrale medische dienst, met de dokters. Voor het afvoeren van de zwaar gekwetsten wordt beroep gedaan op Amerikaanse helikopters; tijdens de gevechten aan de Imjin brengen de helikopters vijftien zwaargewonde Belgen naar Amerikaanse chirurgische hospitalen.

4 april 1951.

- Het bataljon neemt stellingen in bij de Imjin-rivier. De Belgen zijn dan ingedeeld bij de 29ste Britse Brigade, vanaf 2 april 1951.

- Het bataljon bevindt zich niet echt 'in lijn', samen met de drie bataljons van de 29ste Britse Brigade, maar beheerst en verdedigt twee bruggen over de rivieren Imjin en Hantan-Gang. Het is voor de Belgen onzeker of het gaat - wegens een aarzelende houding van het commando der UNO-troepen - om een defensieve - of een offensieve stelling. Het bataljon bevindt zich ten Noorden van de Imjin op een afstand van ongeveer 1 km van bevriende stellingen : het bataljon van de Northumberlands van de 29ste Britse Brigade en het 65ste Amerikaanse Regiment; vóór de Belgische positie bevonden zich enkele door de Chinezen bezette heuvels. achter hun positie is er een hoge rotskam en de twee bruggen, die bij een eventuele terugtocht zouden moeten worden overschreden.

6 april 1951.

- In Pusan heeft een indrukwekkende plechtigheid plaats op de UNO begraafplaats, met deelname van vertegenwoordigers van alle deelnemende landen, on leiding van generaal M. Ridgway, bevelhebber van het 8ste Amerikaanse leger. Er is ook een Belgisch erepark voorzien, waar reeds luitenant P. Beauprez en soldaat F. Rottiers rustten.

9 april 1951.

- Een patrouille onder leiding van kapitein-commandant Poswick en onderluitenant Fichefet, met 4 manschappen steekt de Imjin over. Er worden geen Chinezen ontmoet. De reden hiervoor is dat de Chinezen dikwijls een 'niemandsland' van 10 km openlaten tussen de twee stellingen, zodat verkenningspatrouilles dikwijls zonder resultaat blijven.

11 april 1951.

- Generaal D. MacArthur wordt vervangen door generaal M. Ridgway. MacArthur diende, als opperbevelhebber van de UNO-strijdmacht, met grote groepen te werken, maar verloor toch ook de problemen van de kleinere eenheden niet uit het oog. Een voorbeeld : toen dokter A. Guérisse bij zijn aankomst in Korea, geen transport had om zich bij het bataljon te voegen, stelde MacArthur zijn persoonlijk vliegtuig ter beschikking; hij was op de hoogte van de moeilijke toestand van het bataljon, op medisch gebied, want er was slechts één dokter, onderluitenant geneesheer P. Derom.

14 april 1951.

- De B- en de C-compagnie steken de Imjin over, met behulp van drie Britse Centurion-tanks en rukken op tot 1500m over de Imjin. Ze ontmoeten geen Chinezen.

- Berekeningen wijzen uit dat dringend een versterking van 150 vrijwilligers naar Korea dient te worden gezonden om het bataljon operationeel te houden, want uiterlijk op 15 augustus 1951 dienen de terugkerende manschappen van het eerste bataljon in te schepen voor hun terugkeer naar België. Uit navragen is gebleken dat 75% van de vrijwilligers naar België wenst terug te keren.

Over het transport op de Koreaanse wegen, april 1951.

- Als het droog is, moeten de bestuurders van jeeps en vrachtwagens een grote anti-stofbril dragen of een geïmproviseerd masker, met halsdoek. Men rijdt doorheen grijze stofwolken, die de keel aantasten. De gemiddelde snelheid is 10 tot 15km/uur.

- Als het regent, zijn de wegen eerder beken, vol modder.

18 april 1951.

- Het bataljon ontvangt het bevel de Royal Ulster Rifles af te lossen, op heuvel 194, aan de overzijde van de Imjin-rivier. Dit is een moeilijke opdracht omdat het bataljon op dat ogenblik slechts 466 inzetbare manschappen omvat en er moeten 880 'Ulsters' worden vervangen. De vrijwilligers leggen schuttersputten aan, plaatsen mijnen en rollen prikkeldraad af, ter bescherming van hun stelling.

20 april 1951.

- In Brussel wordt beslist dat de krijgsraad 'Te Velde' bevoegd zal zijn ook voor de Luxemburgse vrijwilligers en de Koreanen, in dienst van het bataljon. Wat de Luxemburgers betreft zijn ze te beschouwen als individuele vrijwilligers in het Belgisch leger. Wat de Koreanen betreft : ze zullen als burgerlijke medewerkers worden beschouwd, maar toch onder het militair gezag van de Belgische krijgsraad vallen.

- De Amerikaanse verliezen, sinds het begin van de oorlog, bedragen 10.363 doden en meer dan 40.000 gekwetsten.

22 april 1951.

- Het bataljon (en de 29ste Britse Brigade) wordt aangevallen door het 63ste Chinese leger, in een grootscheeps lente-offensief. De Belgen kunnen terugtrekken uit hun positie aan de Imjin op 23 april 1951.

- De Chinezen hebben grote verliezen en het offensief wordt stopgezet.

23 april 1951 - 04.00 uur.

- Het Britse bataljon van de 'Gloucesters' wordt hevig aangevallen door Chinese infiltranten, die de Imjin waren overgestoken. Slechts 40 manschappen zullen later de Britse stellingen kunnen vervoegen; de anderen worden gedood of gevangen genomen.

23 april 1951 - Vanaf 05.00 uur.

- Een peloton, onder leiding van luitenant J. Hosdain wordt naar de bruggen gezonden, ter verkenning; het peloton bereikt de eerste brug om 06.35 uur, zonder tegenstand te ontmoeten. Een sectie van 6 manschappen, onder leiding van 1ste sergeant G. Lemouche wordt ter verkenning naar de tweede brug gezonden, om 08.00 uur, maar valt in de handen van de Chinezen. De bruggen worden gecontroleerd door de Chinezen, zodat de terugtocht van het bataljon, over deze bruggen, problematisch wordt. Inmiddels wordt de C-compagnie zwaar aangevallen en geraakt in moeilijkheden. Een tegenaanval, geleid door compagniecommandant luitenant P. Janssens verlicht de druk. Vrijwilligers van het Luxemburgs peloton en vier tanks van het 7de Regiment van de 3de Amerikaanse Cavaleriedivisie steunen deze acties.

- Luitenant-kolonel A. Crahay wordt gekwetst door een fosforgranaat, die ontploft op de tank waarop de bataljonscommandant had plaatsgenomen, ter observatie.

- Vanaf 13.00 uur begint het bataljon zich terug te trekken; dit zal geheel de namiddag duren en wordt gesteund door de UNO-luchtmacht, twee eskadrons Amerikaanse tanks en een bataljon van het 7de Regiment van de 1ste Amerikaanse Infanteriedivisie. De terugtocht zal tot 23.00 uur duren : de manschappen, per compagnie, doorheen de Imjin en de voertuigen, via de bruggen.

- Het bataljon verloor bij de Imjin 12 doden en 30 gewonden.

- Aan de Imjin sneuvelden : 1ste sergeant G. Lemouche, sergeant A. Claes, de soldaten F. Cabuy, P. Claeys, R. Cornette, A. Degand, L. Degroote, L. Dumont (hij was zwaar gekwetst en overleed in het militair hospitaal, in Tokio, op 26 april 1951), L. Henrot, A. Masset, M. Pieters en R. Vandeputte.

- Bij de terugtocht is 10% van de wapens en 70% van de persoonlijke uitrusting verloren gegaan. Slechts enkele wagens zijn achtergelaten of verloren gegaan.

- Bij de Imjin kreeg het bataljon steun van Amerikaanse tanks, artillerie en luchtmacht. Helikopters evacueerden de zwaar gekwetsten en een bataljon van het 7de Amerikaanse Regiment/.....Infanteriedivisie deed een tegenaanval bij de terugtrekking van de Belgen.

Datum. ?

- De lichamen van de zes krijgsgevangen Belgen (samen met twee Britten) worden teruggevonden.

- De Belgische vrijwilligers worden achter de Chinese linies gebracht, te samen met Britse krijgsgevangenen; ze worden goed behandeld en krijgen voedsel. Rond 16.00 uur doen een UNO-troepen een tegenaanval, o.a. met een napalm-bombardement tegen de stellingen waar de krijgsgevangenen zich bevinden. Ze trachten, samen hun bewakers, een beschutte plaats te bereiken; ze worden echter beschoten van op de top van een heuvel, wellicht denkt de Chinese commandant dat de gevangenen trachten te ontvluchten of lijkt de situatie uit de hand te lopen. 1ste sergeant G. Lemouche, soldaten P. Claeys, R. Cornette, A. Degand en L. Henrot worden ter plaatse gedood. Soldaat M. Dumont slaagt erin te ontsnappen, alhoewel hij gewond is, te samen met twee Britse militairen; hij tracht de Imjin over te steken, maar de stroming is te sterk en hij verdrinkt.

24 april 1951.

- Om 12.00 uur is het bataljon reeds opnieuw georganiseerd en uitgerust met nieuw materieel. De vrijwilligers nemen nog deel aan gevechten en worden op 25 april 1951 uit de strijd genomen en naar Seoel vervoerd.

- Door het Koninklijk Besluit Nr. 731 wordt de eerste eervolle onderscheiding toegekend aan een Belgisch vrijwilliger : Kruis van Ridder in de Orde van Leopold II, aan luitenant P. Beauprez. Er zullen later nog vele eervolle onderscheidingen volgen.

25 april 1951.

- Majoor S.B.H. G. Vivario wordt commandant van het bataljon, tot 10 juli 1951, als eerste bevelsperiode.

28 april 1951.

- Het bataljon is nu defensief opgesteld (tot 23 mei 1951) rond de rivier Han, tussen de plaatsen Kimpo en Changi-Ri.

- Er wordt een nieuw trainingscentrum opgericht in Kaulille. Dit centrum zal geen voldoening geven, ,omdat er te weinig materiële voorzieningen zijn.

5 mei 1951.

- Majoor S.B.H. G. Vivario zendt een belangrijk rapport aan de Minister van Landsverdediging, waarin hij o.a. zegt :

° Het Belgisch bataljon dient dezelfde taken uit te voeren als een normaal bataljon, van minimum 750 manschappen (terwijl de Amerikanen een effectief van 1000 manschappen hadden vooropgesteld). Als er minder dan 750 manschappen zijn, dan leidt dit tot te grote vermoeidheid, te vermijden verliezen en risico's voor totale vernietiging, in geval van een massale Chinese aanval.

° Er staat tekstueel in het rapport : "Een peloton meer aan de Imjin zou het grootste deel van de verliezen aan de Imjin hebben vermeden."

11 mei 1951.

- Rekening houdend met de noodzaak voor dringende aanvulling van het bataljon in Korea, werd bepaald dat ook burgers tussen 18 en 30 jaar, die nog niet hun militaire dienst volbrachten, in aanmerking komen. Voor het eerste bataljon was dit niet het geval. Deze personen dienden een verbintenis te sluiten voor drie jaar; hiervan was vier maanden voorzien voor de basisopleiding, in België; één jaar als vrijwilliger voor Korea, de reistijd inbegrepen; de rest van de drie jaar in een eenheid in België.

20 mei 1951.

- Ondanks het veelvuldig aandringen van luitenant-kolonel S.B.H. A. Crahay was er dus een periode van vijf maanden na het vertrek van het eerste bataljon, vooraleer een eerste versterking kon vertrekken; dit bewijst dat de politieke - en militaire autoriteiten in België te weinig aandacht schonken aan de noden van het bataljon in Korea, wat betreft het aantal manschappen. De Amerikaanse eisen voor een bataljon bepaalden dat 1000 manschappen dienden ingezet te worden. Slechts éénmaal tijdens de oorlog in Korea werd dit aantal bereikt in het Belgisch bataljon.

23 mei 1951.

- Het bataljon gaat in stelling bij de universiteit van Seoel om er te helpen bij een eventuele terugtrekking uit de hoofdstad..

29 mei 1951.

- Het bataljon neemt opnieuw stellingen in bij de Imjin-rivier, tot 9 juli 1951.

Mei 1951.

- Het bataljon kan nu beschikken over twee compagnies Koreaanse hulpkrachten.

Begin juni 1951.

- Er verschijnen in diverse dagbladen uitgebreide commentaren over de speciaal voor de vrijwilligers op 30 mei 1951 goedgekeurde wet : over de vergoedingen, het statuut van de gekwetsten en zieken, de steun aan de families, enz...

- Majoor Moreau de Melen keert terug naar Brussel om uitgebreide besprekingen te houden over de toekomst van het bataljon. Eigenlijk was een sterkte van 1000 manschappen voorzien, maar slechts 700 vrijwilligers vertrokken naar Korea. De inzetbare manschappen zijn soms tot minder dan 500 gereduceerd. Aanvullingen moeten dus dringend naar Korea worden gezonden.

1 juni 1951.

- Soldaat A Terdeuze sneuvelt te Sindae-Ri.

2 juni 1951.

- Getalsterkte van het bataljon : 708 vrijwilligers.

7 juni 1951.

- Op een vraag in de Kamer van Volksvertegenwoordigers antwoordt de Minister van Landsverdediging dat hij nominatief benoemde, de commandant van het bataljon (luitenant-kolonel S.B.H. A. Crahay), de tweede in bevel (majoor S.B.H. G. Vivario), de compagniecommandanten en de officieren, die de voornaamste functies zouden vervullen.

8 juni 1951.

- Een eerste groep van 8 gewonde vrijwilligers, die het bataljon dienden te verlaten, komt in Londen aan, na een lange reis met het stoomschip 'Tunera'

9 juni 1951.

- Het Ministerie van Landsverdediging meldt dat de lichamen van 5 vermiste vrijwilligers (tijdens het Chinese offensief van einde april) werden teruggevonden bij de verovering van het verloren gedane terrein.

12 juni 1951.

- Beslist wordt om de Kamina terug naar Korea te laten varen, na het uitvoeren van herstellingen; het is de bedoeling om de terugkerende vrijwilligers van het eerste bataljon naar België terug te brengen.

18 juni 1951.

- In Kaulille, het nieuwe trainingscentrum, komen 170 vrijwilligers aan voor hun opleiding.

19 juni 1951.

- Kapitein-commandant F. Poswick overlijdt, in bevolen dienst, ten gevolge van een auto-ongeval, in Yong-Dong-Po..

23 juni 1951.

- Eerste voorstel van de Sovjet Unie om te beginnen met onderhandelingen over een wapenstilstand. Deze onderhandelingen starten in Kaesong op 10 juli 1951, maar worden afgebroken - zonder resultaten - op 22 augustus 1951. Ook generaal Ridgway, commandant van de UNO-troepen had een dergelijke oproep gelanceerd.

Inmiddels zijn er geen zware gevechten, de posities worden geconsolideerd en de voorraden aangevuld. .

24 juni 1951.

- Het bataljon doet een uitgebreide verkenning, met drie compagnies, zonder contact met de vijand. Deze verkenning zal worden herhaald op 2 en 9 juli 1951.

2 juli 1951.

- Soldaat K. Lesuisse overlijdt in het Mash-hospitaal 8063, in Korea, als gevolg van opgelopen verwondingen.

10 juli 1951.

- Luitenant-kolonel S.B.H. A. Crahay wordt commandant van het bataljon, tot 14 september 1951, als tweede bevelsperiode.

- Te Kaesong, een plaats tussen de stellingen van de beide legereenheden, beginnen onderhandelingen over een wapenstilstand. Dit zal meer dan twee jaar duren en leiden tot de definitieve stopzetting van de vijandelijkheden, op 27 juli 1953.

21 juli 1951.

- Soldaat J. Broeckx sneuvelt in het gevecht.

2 augustus 1951.

- Het bataljon krijgt - op recent ingenomen stellingen - een stortvloed van regen over zich heen, die 16 uren zal duren.

4 augustis 1951.

- Soldaat A. Vifquin sneuvelt te Sindae. Hij verdronk tijdens gevechtsacties, bij het overschrijden van de Imjin.

14 augustus 1951.

- Het bataljon is nu volledig uitgerust met Amerikaans materieel en omvat - volgens de Amerikaanse organisatie - een stafcompagnie, twee fuseliers compagnies en een compagnie 'zware wapens'. Een dertigtal Amerikaanse officieren en onderofficieren hebben gezorgd voor een initiatie met het nieuwe materieel en een aangepaste training.

17-18 augustus 1951.

- Er wordt een bomaanslag gepleegd op de lokalen van de Communistische Partij van België, Stalingradlaan te Brussel. De dader is sergeant R. Magnin, pas teruggekeerd uit Korea; zijn motief berust op een verdere strijd tegen het communisme. Hij wordt veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf.

21 augustus.

- Het bataljon gaat over van een Britse organisatie naar een Amerikaanse organisatie, wat een ingrijpende verandering betekent i.v.m. materieel en wapens.

25 augustus 1951.

- 450 manschappen van het eerste bataljon verlaten het strijdtoneel met een Amerikaans troepentransportschip.

2 september 1951.

- Luitenant-kolonel S.B.H. A. Crahay beklaagt er zich over bij de Commandant van de Belgische Strijdkrachten dat de selectie van de vrijwilligers der versterkingen veel minder streng gebeurde en dat hun opleiding onvoldoende was, ten nadele van de kwaliteit der manschappen.

14 september 1951.

- Majoor S.B.H. G. Vivario wordt commandant van het bataljon, tot 29 oktober 1951, als tweede bevelsperiode.

- Uit een nota van de Belgische verbindingsmissie in Tokio blijkt dat er een gemiddelde van 100 manschappen van het bataljon niet beschikbaar is voor de inzet, wegens ziekte en ongevallen; dus niet wegens gevechtsacties. Dit vermindert vanzelfsprekend de beschikbare mankracht van het bataljon. Er zijn daarvoor veelvuldige oorzaken : het nemen van te grote risico's in de stellingen; onzorgvuldige handelingen met wapens, roekeloos rijden op de wegen; venerische ziektes; onvoorzichtigheid en/of vermoeidheid, enz...

September 1951.

- De Koreaanse hulpkrachten bij het bataljon worden nu opgenomen in een militaire structuur. In de loop van de oorlog zullen negen Koreanen, in dienst van het bataljon, sneuvelen.

7 oktober 1951.

- Het bataljon wordt ingedeeld bij het 15de Amerikaanse Infanterie-regiment van de 3de Amerikaanse divisie en neemt stellingen in bij Chorwon. Het gaat om een geïsoleerde heuvel in het midden van een vlakte.

10 oktober 1951.

- Het bataljon wordt hevig aangevallen bij heuvel 391 (Broken Arrow), tot 14 oktober, vooral met artillerie-beschietingen.

10-14 oktober 1951.

- Sneuvelden tijdens de gevechten in Haktang-Ni : Onderluitenant J. Dehalleux (13/10), onderluitenant W. Van Driessche (11/10), 1ste sergeant J. Depree (12/10), 1ste sergeant J. Schouterden (14/10), sergeant C. Caudron (13/10), soldaten F. Bogaerts (10/10), J. Chiry (11/10), Ch. De Groot (11/10), R. Klausing (13/10), A. Van Puymbroeck (11/10).

- Alhoewel het de gewoonte was dat de Chinezen hun gesneuvelde manschappen zoveel mogelijk meenamen, na het gevecht, telde het batalajon op 13 oktober 1951 130 Chinese gesneuvelden in de onmiddellijke omgeving van de Belgische posities.

16 okotober 1951.

- Het bataljon wordt aangehecht bij de 1ste Amerikaanse Cavalerie-divisie en neemt stellingen in bij Chokko-Ri, tot 12 november 1951.

25 oktober 1951.

- In Pan-mun-jon beginnen de definitieve onderhandelingen i.v.m. de wapenstilstand.

29 oktober 1951.

Luitenant-kolonel S.B.H. A. Crahay wordt commandant van het bataljon, tot 21 november 1951, als derde bevelsperiode.

November 1951.
- Het instructiecentrum para-commando te Marche-les-Dames wordt verantwoordelijk voor de inlijving, opleiding en demobilisatie van de vrijwilligers; hiervoor wordt een onderricht compagnie gevormd, bestaande uit instructeurs para-commando en teruggekeerde vrijwilligers. Op die manier wordt verholpen aan de minder gunstige toestand voor de opleiding van vrijwilligers, in Kaulille.

20 november 1951.

- Het bataljon neemt stellingen in bij Kojakkol, samen met het 65ste Regiment van de 3de Amerikaanse Infanteriedivisie.

21 november 1951.

- Luitenant-kolonel S.B.H. N. Cools wordt commandant van het bataljon, tot 23 februari 1952.

22 november 1951.

- Soldaat N. Rotsaert overlijdt in bevolen dienst te Chongin-Ni.

2 december 1951.

- Soldaat E. Mottart sneuvelt te Kojakkol.

4 december 1951.

- Een aantal vrijwilligers, teruggekeerd uit Korea, krijgen eervolle onderscheidingen van eerste minister Pholien; onder hen : luitenant-kolonel Crahay, majoor Moreau de Melen, commandant Nicodème, militair auditeur Roggen en zeven gekwetste vrijwilligers.

9 december 1951.

- Soldaat F. Wattiez overlijdt in bevolen dienst te Kojakkol.

15-16 december 1951.

- Het bataljon voert de 'Operatie Camelia' uit. Het doel hiervan is de Chinese posities te verkennen.

17 december 1951.

- 1ste sergeant A. Biron sneuvelt te Nalgung-Dong.

31 december 1951.

- Getalsterkte van het bataljon : 701 vrijwilligers.

Einde 1951.

- De uitgevoerde en gerechtvaardigde betalingen voor het bataljon bedroegen voor 1951 : 18,- miljoen BF.

De opleiding in Kaulille en in Korea..

(Getuigenis van soldaat L.V.B.)

- Ik was in juni/juli 1951 in Kaulille. Omdat ik ouder was dan de gemiddelde vrijwilliger, was de opleiding zwaar. Ik herinner me nog een heuvel, met een boom, waaraan een touw gespannen was; we slingerden naar beneden over een vijvertje; de sergeant-instructeur maakte het touw los omdat we niet vlug genoeg naar beneden gleden en ik viel in het water. Er was ook ontspanning : er was kermis in Kaulille en een paar kameraden en ikzelf keerden 2 autootjes van de auto-scooter om.

- Ook in Korea was de opleiding zwaar; een voorbeeld : met een rugzak, gevuld met grote keien moesten we de heuvels beklimmen. In het struikgewas vonden we groen-zwarte slangen, die we doodden met onze schop.

Een chauffeurs-opdracht in Korea.

(Getuigenis van soldaat L.V.B.)

- Toen het eerste bataljon terugkeerde naar België werd ik chauffeur van een jeep, met aanhangwagen. Als men bergop reed mocht het gaspedaal niet losgelaten worden, want anders kon de jeep niet meer starten en verder rijden. De aanhangwagen was altijd zwaar geladen met tentzeilen, kitbags, eten, enz... De tanks hadden diepe voren in de grond getrokken, die bevroren waren. De voorbrug van een jeep was vrij laag en sleepte dan ook soms over de grond; dit was de oorzaak van kapotte voorbruggen, waardoor de jeep naar de Amerikanen moest, ter herstelling. De meeste defecten konden door mijzelf of in het bataljon worden hersteld. De jeeps waren sterke wagentjes. Als mijn jeep niet werd gebruikt, nam ik de 'delco' af, om te vermijden dat anderen er ongepast gebruik zouden van maken.

- Tijdens mijn opdrachten - meestal het aanvoeren van eten - werd ik nooit beschoten.. Eenmaal heb ik toch wel een halfuur onder mijn jeep gelegen, op een 50m van Chinezen, die bezig waren lijken op te halen, tot ze verdwenen waren. Het was avond en donker en ik was gans alleen.

De praktijk van de medische verzorging einde 1951/begin 1952.

(Getuigenis van dokter S.K.)

- De onderofficieren moesten kunnen inspuitingen geven en een baxter-infuus aanleggen.; elke onderofficier kon ook morfine toedienen en had een elementaire kennis hierover (bv. geen morfine bij hoofdwonden).

- Elke compagnie had één onderofficier van de medische dienst en twee of drie verplegers bevonden zich in de verbandpost van de compagnie. Met een peloton-patrouille ging niet altijd een verpleger mee.

- We hadden een oude, maar stevige Engelse ambulance; een zeer goede Amerikaanse; één geschonken door een Belgische firma (Beherman-Demoen), die te zwak was; jeeps, met twee draagbaren om gekwetsten te vervoeren naar de centrale verbandpost.

- Er werd aan preventieve geneeskunde gedaan. Voorbeeld : de manschappen werden verwittigd niet van de waterlopen te drinken, waaraan ze toch de voorkeur gaven boven het water, met chloortabletten, dat slecht smaakte. Ze kregen voorlichting over hygiëne, voeten, nagels, kledij, wassen, ... Dit was geen onderricht in een klas, maar gebeurde door uitleg te geven en te overtuigen.

- De taak van de medische dienst bestond erin de gekwetsten 'in staat van evacuatie' te brengen : de bloedingen stelpen, door drukverbanden; de infecties voorkomen, door antibiotica; de ademhaling stimuleren door toediening van zuurstof, enz... Het hospitaal was op een afstand van gemiddeld 10 tot 15 minuten, per jeep.

- Om de twee waken was er op zondagnamiddag, bij de Amerikanen, een conferentie over een belangrijk of actueel medisch probleem.

- De ziekten waren : paratyphoïde (spijsvertering, diarree) als gevolg van onvoldoende hygiëne; parasitaire ziektes (malaria, ...) waarvoor atebrine en kinine werden verstrekt; nierkolieken, als gevolg van te weinig drinken; venerische ziektes, gevechts-schokken.

- Tijdens de rustperiode was er een systeem van spreekuren; tijdens de gevechten was de medische dienst permanent beschikbaar.

- Het gebeurde nogal eens - tijdens de rustperiodes - dat enkele manschappen een periode van 'vrij van dienst' of 'vrij van lichamelijke training' probeerden te bekomen. Soms was dit nodig, maar als het om veinzers ging, nam dokter Guérisse hen mee voor een tochtje van een tiental kilometer, te voet natuurlijk.

- De gekwetsten werden bijna altijd afgevoerd naar Tokio. Ik moest nogal eens naar Tokio, om na te gaan hoever het herstel gevorderd was en of er geen 'pseudo-zieken' waren; het gebeurde een paar keer dat ik iemand terugvond, die al een baantje had gevonden, bv. in een Amerikaans hospitaal.

- Sommige manschappen waren zeer handig bij hulpverlening. Zo bv. sergeant Vervloesem was eigenlijk T.S., maar op een keer moest hij enige verbanden plaatsen; hij deed dat zó handig dat er nog meer op hem beroep werd gedaan en dat hij tenslotte in de medische dienst terechtkwam.