Thumbnail
NL / FR / EN

 

 

 

   

KOREA 1950 – 1953

De veldslag om de Imjin rivier

Vrije vertaling van een artikel verschenen in « Smallarms » een engelse website over de Koreaanse oorlog

In april 1951 staat het 1° Communistische Chinese Landleger onder het bevel van Generaal The-huai Peng. Hij maakt zich heel veel zorgen over het gebrek aan getrainde en krijgsvaardige troepen. Door deze gebreken en omstandigheden is hij gedwongen zijn toevlucht te nemen tot het gebruik van onervaren eenheden om de vuurkracht van de Verenigde Naties (VN) op te vangen en hun verdedigingen te overrompelen, om vervolgens door te stoten met zijn beste eenheden. De veldslag om de Imjin rivier illustreert deze strategie; het gaat om één van de hardste gevechten uit het conflict.
In vergelijking met de vijand zijn de effectieven van de VN minder talrijk maar ze bestaan uit bevoegde en perfect getrainde, goed geleide en uitgeruste eenheden, bestaande uit talrijke veteranen reservisten uit de tweede wereldoorlog. Het luchtruim wordt beheerst dankzij het overwicht van de F86 Sabre op de Mig 15 en de piloten van de VN zijn geducht doeltreffend tegenover de Chinese landstrijdkrachten. De meeste zijn veteranen van 1940 – 1945 en zij bekampen bijna volledig onervaren Chinezen en enkele Russen.

Peng kiest om zijn offensieve hoofdkracht los te laten op het 1° US Korps met een doorbraak uitgevoerd door het 63° Leger, bestaande uit de 187°, 188° en 189° Divisies. Elke divisie beschikt over een sterkte van ongeveer 9000 manschappen en bevat een hoog percentage aan uiterst ervaren en geharde gevechtseenheden. Het plan voorziet op datum van 21 april 1951 een snelle vooruitgang naar de Imjin rivier, de verbreking van het geallieerde front en de onmiddellijke uitbating van de vordering naar Seoel via de traditionele invasiewegen. Dit maneuver zou een groot gedeelte van het 1° US Korps afzonderen en met de zee in de rug in het nauw drijven. Peng acht de snelheid essentieel en voorziet dat zijn voorhoede Seoel bereikt binnen de 36 uren na de start van het offensief. De 29° Britse Brigade, waarvan de stellingen de weg van het 63° Leger versperren, wordt door het plan rechtstreeks aangeduid.

De 29° Brigade, onder het bevel van Brigade Generaal Tom Brodie, is samengesteld uit de eerste bataljons van elk hierna vernoemd regiment : de Royal Northumberland Fuseliers (de Fuseliers), het Gloucerstershire Regiment (de Glosters) en de Royal Ulster Rifles, met daarbij een klein belgisch Bataljon. De 25 pond kanonnen van de 45° Field Regiment Royal Artillery (Veldartillerie Regiment) en de 4’’2 mortieren van de 170° Mortar Battery Royal Artillery (Mortierbatterij van de Artillerie) leveren de vuursteun. Een peloton van deze laatste eenheid maakt deel uit van elk bataljon van de brigade. Achteraan, op enkele kilometer, bevinden zich de Centurion tanks van de 8° King’s Royal Irish Hussars. De 29° Brigade heeft de opdracht een front te houden van ongeveer 15 km lang (9 mijlen).

De Glosters verdedigen Castle Hill (bergkam 148) et de bergkammen 182 en 144. Een relatief belangrijke leemte bestaat tussen deze stellingen en een afstand van 3 kilometers verwijdert hen van de naburige Fuseliers. Om dit gedeelte van het front te verdedigen beschikken de Glosters over 733 manschappen, de reserves en artilleristen inbegrepen. De eenheid staat onder het bevel van Luitenant – Kolonel James Carne DSO (gedecoreerd met het Distinguished Service Order), aanwezig sinds de eerste gevechten van de Koreaanse Oorlog. Het eerste contact met de vijand geschiedt op 21 april om 22 uur, wanneer een post van 3 manschappen, opgesteld aan Gloster Crossing, een waadbare plaats van de rivier, een 14 man sterke Chinese patrouille ontdekt. De Glosters doden er ogenblikkelijk 3 en 4 anderen worden door hun kameraden naar de andere oever gesleurd. Omstreeks 22 uur 30, steken de Chinezen massaal Gloster Crossing over maar hun rangen worden zwaar geteisterd op de andere oever door het onafgebroken vuur van de luisterpost, de zware artillerie en de mortieren. Wanneer de krioelende zwerm Castle Hill bereikt, wordt hij er ontvangen door het krachtige en doeltreffende vuur van de A Cie.

Bij dageraad, wordt een overwogen tegenaanval van de Glosters, in volle voorbereiding, door de Chinezen overrompeld en zwaar mishandeld. Tijdens deze gevechten wordt Luitenant Philip Curtis postuum gedecoreerd met het Victoria Cross omdat hij een granaat gooide in de Castle (een observatie bunker gebouwd op Castle Hill) en alzo een vijandelijke mitrailleur vernietigde en de bedieningsmanschappen uitroeide. De A Cie trekt zich terug op bergkam 235, gedoopt tot Gloster Hill, terwijl de Koninklijke Artillerie Castle Hill bekogelt met zwaar kaliber.

Na een soortgelijke hardnekkige strijd bij dageraad trekt de D Cie zich terug op Gloster Hill.

De B Cie slaat meerdere aanvallen af met zware vijandelijke verliezen als gevolg. Deze Cie trekt zich echter terug op bergkam 314 wanneer de 188° Divisie zich een weg baant tussen haar stellingen en deze van de Fuseliers en al zo het contact met haar achterste linie bedreigt. Nochtans hebben Chinese groepen deze kam al geïnfiltreerd maar vanaf 10 uur 30 worden zij verjaagd.

Op 23 april ‘s morgens komt het F echelon van Glosters aan met voedsel en munitie. 40 gekwetsten worden weggevoerd. Omstreeks het middaguur worden de communicatiewegen afgesneden en gecontroleerd door de Chinezen. De Glosters zijn omsingeld. Luitenant Kolonel Carne beslist om de Glosters geen uitbraak te laten wagen maar in tegendeel de Chinezen te verhinderen om de door hen verdedigde toegang in te nemen. Generaal Brodie informeert Carne in de loop van de namiddag dat een poging tot versterking van het Bataljon zou gebeuren de volgende dag.

Op dat ogenblik kennen Peng’s plannen al 24 uur vertraging op het vooropgestelde tijdschema en de 187° Divisie is nog slechts een schim. De bevelhebber van het 63° Leger beslist dan om met de 188° en 189° Divisies een nachtaanval uit te voeren om de Glosters te verdrijven. De aanval start om 22 uur 30 en richt zich op de B en C Cies. Blijkbaar kennen de Chinezen het dispositief van de B Cie niet, en vorderen gewillig en frontaal tegenover de Britse mitrailleurs. Tijdens hun vooruitgang worden zij in de pan gehakt. De omtrekking pogingen brengen hen ten volle in de « killing grounds » (slachtvelden), voorzien in de defensieve vuurplannen van de Glosters. Heel vlug ontdekken zij echter een bestaande bres tussen de B en C Cies waarin zij talrijk doorbreken. Door een van de helling tuimelende aanval overrompelen zij de 8° en 9° Pelotons van de C Cie. De Staf Cie en het 7° Peloton weren een nieuwe aanval af om 04 uur maar de toestand verslechtert en brengt de posities van de Staf van het Bataljon en de mortierstellingen in gevaar. Carne beslist dan om ze terug te trekken op Gloster Hill alwaar de overlevenden van de C Cie zich bij hen voegen.

Voor verdere details over het Victoria Cross uitgereikt aan Luitenant Philip Curtis en Luitenant – Kolonel James Carne, kunt u de uitstekende site van Mike Chapmans « Victoria Cross Refernce » raadplegen door op de icoon hieronder te klikken.